Internet is de revolutie waar de macht niet blij mee is

De ontwikkeling van het internet is wel eens vergeleken met de uitvinding van de boekdrukkunst, en terecht.
Net als toen verspreiden ideeën zich ineens razendsnel, en de machthebbers kunnen de informatie niet meer controleren.

Destijds waren die machthebbers de adel en de geestelijkheid, maar denk niet dat wij nu geen adel en geestelijkheid meer hebben.

Onze adel, dat zijn de globalisten, de welgestelden die zich wereldburger voelen, die graag de hele wereld rondvliegen en er trots op zijn dat ze zich zowel in Singapore als in New York ‘thuis’ voelen.
Ze voelen zich meer verbonden met de andere elites dan met hun landgenoten.
Ze vinden de ‘achterblijvers’ minderwaardig.
Zodra deze ‘minderwaardigen’ bij verkiezingen van zich laten horen – zoals bij Trump en Brexit – wordt de woede van de adel over hen uitgestort.

In de ogen van deze bovenklasse zijn wij gepeupel: xenofoob en achterlijk.
Wij hebben ‘lagere instincten’ en ‘onderbuikgevoelens’.
We moeten opgevoed worden tot ‘betere’ burgers, en er wordt openlijk getwijfeld of wij wel stemrecht moeten hebben.
Wordt het geen tijd voor een stemdiploma?

Net zo erg is de nieuwe geestelijkheid.
Zij zijn de opvoeders, degenen die ons – desnoods met geweld – zullen bijbrengen wat wij behoren te denken.
De religie is niet meer kerkelijk, maar vertoont er verder alle trekken van.
Antiracisme! Feminisme! Klimaatbewustzijn!
Maar niet de ouderwetse varianten.

Het nieuwe antiracisme is de identiteitspolitiek.
Het is niet meer genoeg om ‘kleurenblind’ te zijn, nee, we moeten boete doen voor wat de blanke elite in het verre verleden heeft gedaan. We moeten onze eigen cultuur minachten en opgeven.
Dat onze eigen voorouders in meerderheid net zo goed slaven waren van die vroegere elite wordt voor het gemak even vergeten.

En het moderne feminisme houdt niet langer in dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben, nee, eigenlijk zijn mannen minderwaardig.
Heteroseksuelen – waar de meerderheid van de bevolking zich toe rekent – zijn ook minderwaardig, want onderdrukkers.
In de nieuwe religie moet de heteroseksuele maatschappij zich aanpassen aan de meest extreme seksuele identiteiten, want anders wacht hel en verdoemenis.

En dan hebben we natuurlijk het klimaat.
Plaats voor nuance is er allang niet meer. De wereld vergaat en dat is ONZE schuld.
We moeten allemaal straatarm worden om boete te doen voor onze zonden, en zelfs dan zal er geen verlossing zijn, want we kunnen de opwarming van de aarde niet meer ongedaan maken.
Typerend voor deze religie is ook de weigering om nuchter over oplossingen na te denken.
Kernenergie is verboden en het gesprek mag alleen gaan over de vraag of de mens invloed heeft op de klimaatverandering, en wie dat niet gelooft is een klimaatontkenner.
Een ketter.

De adel hoeft het niet noodzakelijkerwijs met de geestelijkheid eens te zijn, maar net als in de Middeleeuwen, zien de edelen het voordeel van een kaste die het volk op zijn plaats houdt.
Die het volk voorziet van ‘idealen’ waar het zich legaal over op mag winden.
Zo lang wij voor ons zielenheil afhankelijk zijn van de absolutie van de nieuwe religies, zo lang heeft de adel grip op ons.
En ze willen best lippendienst bewijzen aan de eisen van de geestelijkheid, al geloven ze er zelf niet echt in.

Of dacht u dat Rutte werkelijk denkt dat het klimaat gered moet worden?
Denkt u dat Jetten zijn vliegreizen ervoor op zal geven?
Denkt u dat Buma, Klaver, Asscher en Segers plaats gaan maken voor (zwarte) vrouwen uit naam van de identiteitspolitiek?
Ze belijden deze religies met de mond omdat het handig is om ons mee in het gareel te houden, en misschien bedriegen sommigen zichzelf ook wel omdat het anders zo lastig wordt om in de spiegel te kijken.

Begrijpt u waarom de moderne adel en geestelijkheid de informatie onder controle willen hebben?

Hoe moeten zij ons ooit op onze plaats dwingen als wij ongecensureerd onze stem kunnen laten horen op dat vermaledijde internet?
Als wij hun hypocrisie aan het licht kunnen brengen?
Hoe moeten ze ooit het smeulende vlammetje van opstand uitdoven als wij steeds elkaar weten te vinden en onze twijfels kunnen bespreken?

Wij zijn niet regeerbaar als wij erin slagen om open en vrij met elkaar te communiceren.

En dus is het logisch dat het internet de plek is waar wij onze vrijheid zullen bevechten of… verliezen.

Blijf nieuwsgierig, blijf kritisch.

Als we deze slogan werkelijk ter harte nemen, kan het establishment wel inpakken.
Toch is dit de leus waaronder de nieuwe overheidscampagne tegen nepnieuws en desinformatie van start is gegaan.
Maar willen onze meerderen dat wij nieuwsgierig en kritisch zijn?
Natuurlijk niet.
We mogen nieuwsgierig zijn naar wat zij ons wensen te vertellen, en we moeten vooral kritisch zijn op alles wat daar tegenin gaat.

De gevestigde orde is bang voor de vrijheid van meningsuiting op dat verfoeilijke internet, en daarom ligt het zwaartepunt van de campagne tegen nepnieuws en desinformatie bij het demoniseren van het internet en het promoten van de MSM.
Toch is het grappig om te zien dat niet alle MSM-kranten daar zomaar in meegaan:
Ook de journalisten zijn nog niet helemaal goed afgericht, en sommigen stellen meer prijs op debat dan minister Ollongren en haar vazallen prettig vinden.

Dat geld natuurlijk niet voor de NOS waar we slechts het doorgeven van de officiële informatie aantreffen, maar de MSM-kranten Trouw, NRC en Volkskrant plaatsen kritische kanttekeningen.
Laten we deze opmerkingen eens nader bekijken.

Trouw: rechts-conservatieve twitteraars gaan het debat aan

In Trouw komt ethicus en filosoof Haye Hazenberg aan het woord. Hij onderzocht met wetenschappers van de TU Delft in opdracht van de staatscommissie Parlementair Stelsel het effect van microtargeting, bots en algoritmes op de democratie, en zijn conclusies waren anders dan je misschien zou verwachten.
Ze waren zeker anders dan minister Ollongren gedacht/gehoopt had:

Hij en zijn collega’s deden een aantal verrassende ontdekkingen.
“De filterbubbel bleek niet zo gesloten als we dachten. Veel passieve Twittergebruikers volgen linkse én rechtse accounts.
De actieve rechts-conservatieve twitteraars interacteren wel met linkse twitteraars, andersom veel minder.
Dat verklaart waarom Twitter een nieuwe gebruiker vooral aanbevelingen doet uit rechtse hoek, het algoritme beveelt vooral spilfiguren in het debat aan.”

Kijk eens aan, minister Ollongren.
Die rechts-conservatieve haters – die straks vast allemaal FvD en PVV gaan stemmen – blijken open te staan voor andere meningen.
De ‘linkse’ twitteraars doen dat veel minder, en zijn dus geen ‘spilfiguren in het debat’.
Vandaar dat het algoritme eerder ‘rechtse’ twitteraars aanbeveelt, ondanks de wensen van sommige politici.

Dus alle geblaat over ‘de haat en onverdraagzaamheid’ op Twitter, over de ‘eenzijdige’ informatie op internet dankzij de ‘filterbubbels’, dat gaat niet zozeer over die nare rechtse twitteraars, het slaat blijkbaar juist op de linkse stemmen.
De ‘linkse’ twitteraars die zich laten indoctrineren door het officiële narratief, die zich braaf opwinden over de ‘juiste zaken’ zoals klimaat, identiteit en racisme, juist die twitteraars willen geen andere meningen horen.
En die zogenaamde haters, die van de brave gelovigen om de haverklap het etiket ‘nazi’ krijgen opgeplakt, die zijn blijkbaar wel geïnteresseerd in andere meningen. Die willen blijkbaar wel horen wat anderen te zeggen hebben, al nemen ze het niet voor zoete koek aan.

Geen stiekeme Russen dus die de algoritmes beïnvloeden.
Die algoritmes werken gewoon zoals ze zouden moeten doen. Reden tot blijdschap, zou je zeggen.
Maar natuurlijk maakt dit meteen duidelijk waar Ollongren zich echt zorgen over maakt.
Ze maakt zich geen zorgen over filterbubbels die mensen slecht geïnformeerd houden, ze maakt zich juist zorgen om de mensen die goed geïnformeerd worden.
Die algoritmes denken niet zelf na, die bevelen inderdaad die twitteraars aan die de meeste ideeën uitwisselen en de meeste informatie opdoen.
En als deze goed geïnformeerde twitteraars aan argeloze nieuwelingen worden aanbevolen, dan raken die hun argeloosheid kwijt, dan gaan ze misschien wel nadenken.
Wat zei Ollongren ook weer bij Jinek?

Want dat is het idee, dat je je met bots en trollen, echt met nepaccounts nieuws kunt verspreiden, of nieuws dat er is, kunt uitvergroten.
Mensen, groepen tegen elkaar kunt opzetten door een beetje beide kanten te belichten.
Er zijn verschillende-, niet alleen maar berichten die niet echt zijn, maar het kunnen ook berichten zijn die echt zijn die je heel groot kunt maken.

Beide kanten belichten, dat is debat, en van debat gaan mensen maar nadenken.
Dan luisteren ze niet meer braaf naar het narratief dat de gevestigde orde graag naar binnen wil lepelen.

NRC: de MSM hebben niet altijd gelijk

In het NRC komt Peter Burger – nepnieuwsonderzoeker aan de Universiteit Leiden – aan het woord.

Hij noemt de campagne in een eerste reactie “een enorme open deur”.
“De boodschap dat je niet alles wat je op sociale media leest zomaar kunt vertrouwen, dat weet iedereen inmiddels wel.”
Hij vindt het ook niet goed dat kranten en tv-journaals “zonder aarzeling als autoriteit worden gepresenteerd”.
Burger: “Met ons initiatief Nieuwscheckers in Leiden laten we al tien jaar zien dat ook gewone media fouten maken.”

En daar legt Burger – mooie naam trouwens – de vinger op de zere plek.
Want wat staat er op de site van de Rijksoverheid?

Checklist ‘Is die informatie echt?’

Twijfel je of een (online) bericht echt is? Of misschien nepnieuws is? Deze tips helpen je om een bericht zelf te onderzoeken. Check bijvoorbeeld wie het bericht geschreven heeft. En controleer of je het bericht ook terugziet in de kranten of een tv-journaal. Blijf altijd nieuwsgierig. En blijf altijd kritisch.

Hier worden inderdaad de MSM opgevoerd als betrouwbare bronnen die kunnen bevestigen of iets echt waar is.
Terwijl eigenlijk een link naar bijvoorbeeld een videofragment behoorlijk betrouwbaar is: in elk geval zeker zo betrouwbaar als de opgeschreven of navertelde interpretatie van een journalist.
En natuurlijk kan er met filmpjes of geluidsfragmenten geknoeid worden, maar hoera! daar hebben we dan weer dat gigantische internetpubliek voor. Er is altijd wel iemand die ontdekt dat er geknoeid is en die vervolgens dit nepnieuws ontkracht.

Het enige bezwaar kan zijn dat mensen het nepnieuws lekkerder vinden en dus vaker verspreiden. Maar geldt datzelfde nadeel niet ook voor de MSM-berichten?
Denk maar aan de Covington boys, hoe dat verhaal ook door de MSM met gretigheid verspreid werd.

Maar de Rijksoverheid promoot een onbegrensd vertrouwen in de MSM en wantrouwen in het boze internet.

Check waar het bericht vandaan komt

Zie je een bericht op social media? Bijvoorbeeld op Facebook, Twitter of Instagram? Bedenk dat dit plekken zijn waar iedereen zelf nieuws kan maken en delen. En geen professioneel journalist hoeft te zijn. Wees dus kritisch op wat anderen delen en wat jij deelt.

Waarom zou een professioneel journalist niet liegen en een amateur wel?
Kan een professioneel journalist geen fouten maken, of zelfs een agenda hebben?
Voorbeelden te over van MSM-journalisten die nepnieuws doorgeven.
En natuurlijk vind je ook nepnieuws op social media, maar kan de overheid nu echt geen betere adviezen geven dan het promoten van de MSM?
O, er komen wel een paar tips, maar wat houden die in?

Accounts checken

Kijk wie het bericht als eerste online zette. Mensen die nepnieuws willen verspreiden, doen dat vaak met nepaccounts. Check daarom altijd of het account echt is. De officiële profielen van beroemde personen, journalisten en mediabedrijven hebben vaak een blauw vinkje naast hun naam staan. Dat betekent dat zij het profiel zelf hebben gemaakt. Je kunt erop vertrouwen dat het profiel echt is.

Ja hoor, vertrouw de BN’ers, de MSM en de andere mensen die een blauw vinkje naast hun naam hebben staan.
Die blauwe vinkjes waren vroeger heel simpel de garantie dat iemand onder zijn eigen naam op Twitter was, maar sinds het establishment zich ermee is gaan bemoeien, is dat veranderd.
Mensen met de ‘verkeerde’ mening zijn hun vinkje kwijtgeraakt, ondanks het feit dat ze onder hun eigen naam opereerden, en zo verandert het blauwe vinkje langzaam maar zeker in een keurmerk.
Kijk mensen, een blauw vinkje!
Hier vindt u de juiste – of in elk geval een onschadelijke – mening. Een mening die door onze adel en geestelijkheid is goedgekeurd.

Het zal Ollongren vast spijten dat nog niet alle ‘foute’ twitteraars hun blauwe vinkjes kwijt zijn, maar hoe lang zal het nog duren?
Maak je geen illusies over de ‘goede gesprekken’ die onze bewindslieden voeren met de mediagiganten: die gaan over het aanpassen van algoritmes en het wel of niet toekennen van blauwe vinkjes.
Het is van groot belang dat onze informatievoorziening beter gecontroleerd kan worden.

Volkskrant: campagne is niet zonder controverse

Zoals de Volkskrant terecht stelt:

De door Ollongren al lang aangekondigde campagne is niet zonder controverse.
De minister waarschuwde eind 2017 al voor mogelijke beïnvloeding door buitenlandse mogendheden via uitgekiende nepnieuwscampagnes van de aankomende verkiezingen. Voorbeelden kon ze toen niet noemen.
Bovendien vreesden critici een overheid die censuur zou toepassen.

Inderdaad: voorbeelden kon de minister niet noemen.
Inmiddels noemt ze wel voorbeelden – het Brexit-referendum en de verkiezing van Trump – maar zoals we in deel 3 van deze serie hebben gezien: de minister verspreid hier desinformatie.
Zowel bij het Brexit-referendum als bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen is er sprake van gretig verspreide geruchten – nepnieuws dus – maar niet van bewezen beïnvloeding.
Overigens wordt dit nepnieuws vooral verspreid door de MSM en de gevestigde orde.

Het is jammer voor de minister, maar zo lang van bewezen beïnvloeding geen sprake is, kunnen wij niet anders dan concluderen dat Olongren censuur wil toepassen.
Dan kan ze nog zo hard roepen dat zij ‘staat voor de vrijheid van meningsuiting’, maar het is duidelijk dat zij in de praktijk sommige meningen meer vrijheid gunt dan andere.

In de Volkskrant komt alweer – net als bij het NRC – Peter Burger aan het woord:

Het gebrek aan concrete voorbeelden en vooral aan concrete tips wreekt zich volgens Burger. ‘Iedereen weet inmiddels wel dat er een probleem met nepnieuws kan zijn. Dit voegt daar niets aan toe.’
Liever dan een verwijzing naar informatie over nepvideo’s – een probleem dat volgens Burger nu nog helemaal niet actueel is – zou hij korte instructievideo’s hebben gezien over hoe je kan controleren of een foto al veel vaker is gebruikt.

En alweer is het internet een uitstekende bron.
Wie kent niet de functie ‘afbeelding zoeken in Google’?
En over het bewerken van filmpjes zijn heel verhelderende video’s te vinden waarin precies uitgelegd wordt waaraan je kunt zien of ergens mee geknoeid is.

In feite functioneert het internet helemaal niet slecht als het op het ontdekken van nepnieuws aankomt.
In het geval van de Covington boys waren binnen een dag nadat de hype losbrak al de veel uitgebreidere beelden online waaruit bleek dat de jongens onschuldig waren.
Natuurlijk waren er mensen die – gesteund door de anti-Trump-media – nepnieuws bleven verspreiden, maar iedereen die werkelijk wilde weten hoe het zat, kon al snel de waarheid achterhalen.

Waarom het internet gecontroleerd moet worden

Maar dit soort zelfregulatie is helemaal niet welkom bij de gevestigde orde.

Ons establishment wil de publieke opinie beheersen, want zo win je verkiezingen en bewaar je de openbare orde.
Het schrikbeeld voor Ollongren en haar geestverwanten is een opstand zoals die van de gilets jaunes in Frankrijk.
Macron is een geacht lid van de globalistische elite, en de Nederlandse regering zal hem echt niet aanspreken op het grove geweld tegen de demonstranten.
Net zoals de Spaanse regering weg kon komen met het geweld tegen de Catalanen.

Maar om in Nederland dergelijke taferelen te kunnen voorkomen, is het wel nodig dat de heersende klasse het narratief bepaalt.
En het narratief is, dat onze regering ons beschermt tegen de grote boze buitenwereld.
Er moeten vijanden verzonnen of aangedikt worden.
Trump! De stijging van de zeespiegel! De Russen! Fascisme! Orban! De Brexit!
En onze gevestigde orde moet geportretteerd worden als een bezorgde ouder die goed voor de kinderen zorgt, maar natuurlijk helemaal geen dictator is.
Alles is voor ons bestwil.

Zoals Ollongren bij Jinek zei:

Er bestaat in Nederland geen ministerie van de waarheid.
Dus het gaat om het aanwijzen van het systeem en ook nadenken wat we ertegen kunnen doen.
Die mediawijsheid is één ding, die tech-bedrijven aanspreken is een ander punt.
Dus, eh, we moeten nooit, zeg maar, je moet oppassen voor censuur, je moet oppassen voor dat jij gaat bepalen wat mensen mogen zeggen.
Ik sta ook voor de vrijheid van meningsuiting.

Ollongren is de bezorgde moeder die het beste met ons voor heeft.
En in dit narratief past niet dat ‘de populisten’ iets goeds kunnen doen, of de ‘juiste partijen’ iets fout. Hier past zeker niet in dat wij als volwassen mensen zelf onze informatie kunnen vinden op internet.
Er zal bij de spindoctors van D66 echt wel even paniek zijn uitgebroken na een rij blunders van D66.
En in deel 2 van deze serie heb ik al op een rijtje gezet hoe GroenLinks – de beoogde partner straks in de Eerste Kamer – zorgvuldig uit de wind wordt gehouden.

In de ogen van onze adel en geestelijkheid is er nog veel te veel vrijheid in Nederland.
We kunnen nog veel te veel zelf informatie vinden op internet.
Een beetje vrijheid is natuurlijk goed: er moeten ook meningen zijn waartegen het establishment zich af kan zetten.
Maar die meningen moeten wel in hun bubbel blijven, ze mogen geen gemeengoed worden. Ze mogen niet te bekend worden, want dan gaan ze zich te veel verspreiden.
En zo lang dit nog niet rechtstreeks verboden kan worden, moet het maar via sluipweggetjes geregeld worden.

Ollongren bij Jinek:

Ze (internetbedrijven) rapporteren iedere maand over wat ze doen, en vorige week heeft de Europese Commissie gezegd: Nou we zien dat ze dingen doen, maar het is echt nog niet genoeg.
Ze zullen- het moet meer zijn-, en kijk, ik, je moet niet uitsluiten dat je uiteindelijk misschien ook regelgeving moet hebben. Dat je misschien het via wetgeving moet- (Jinek onderbreekt)

Jinek: Neigt u daarnaar? op dit moment?

Ollongren: Nou, ik vind dat je het niet moet uitsluiten. Maar voordat we daar zijn, dan zijn we jaren verder, hè, en het moet nu gebeuren.
We hebben nu twee belangrijke verkiezingen in het vooruitzicht. Ik wil dat die vrij en eerlijk zijn, en ik wil dat die bedrijven niet achterover leunen omdat ze zeggen: Ja, maar er is nog geen wetgeving.
Ik wil dat ze nu in actie komen. Daar roep ik ze toe op.

En aangezien de internetreuzen nog niet volledig onder controle zijn, moet de bevolking bang gemaakt worden zodat men niet van de gebaande paden af zal gaan.
Deze campagne is vooral bedoeld om ons te indoctrineren: denk erom, het internet is eng en gevaarlijk, maar de gevestigde orde en de goedgekeurde media kan je vertrouwen.
Ook als die berichten brengen die schadelijk zijn voor de oppositie en die vervolgens via internet ontkracht worden.

Hoe moeten wij ons daartegen verweren?

Laten we dat ene regeltje van het overheidsadvies toch maar opvolgen:

Blijf nieuwsgierig, blijf kritisch.

Vond je dit artikel goed? steun de auteur via Blendle

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.