De rioolput van een onbetrouwbare overheid

Afgelopen week zag ik een filmpje over meetpunten van het RIVM.
Saai onderwerp, nietwaar?
Meetpunten… gaap.
En toch kon ik niet loskomen van wat ik gezien had.
Dit filmpje (10.42 minuten) bracht namelijk iets heel wezenlijks aan het licht.

Meetpunten

Het filmpje is gemaakt in opdracht van Mesdag Zuivelfonds, een stichting die ijvert voor de kwaliteit van melkproducten. Een stichting dus die veel met boeren te maken heeft, en deze boeren zijn logischerwijs geïnteresseerd in alles wat invloed heeft op hun bedrijven.
Zoals iedereen weet die weleens een boer gesproken heeft: boeren hebben met heel veel regeltjes te maken. En veel van die regels worden opgelegd vanwege het milieu.
Hoeveel vervuilen boeren? Dat is nogal belangrijk om te weten als je boeren beperkingen op gaat leggen. En zo komen we bij metingen. Metingen van het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, dat de overheid adviseert over volksgezondheid en een gezonde leefomgeving.

Wie er bij het Mesdagfonds alarm sloeg over verdachte meetresultaten vermeldt deze geschiedenis niet, maar er waren blijkbaar genoeg signalen om een paar onderzoekers in te schakelen. Zij gingen uitzoeken hoe het RIVM eigenlijk aan die meetgegevens kwam.
Het RIVM bleek niet gediend van pottenkijkers in de rekenmodellen, maar de onderzoekers kregen wel de meetpunten die gebruikt worden en ze gingen ter plekke te kijken hoe er gemeten wordt.

Nu kan zelfs een leek begrijpen dat een meetpunt aan een paar voorwaarden moet voldoen. Als je wilt weten hoe warm het is, leg je de thermometer niet op de kachel, maar hang je hem aan de muur. Anders meet je niet de temperatuur in de kamer, maar de temperatuur van de warmtebron.
Als je wilt meten hoeveel ammoniak – een stikstofverbinding – er in een bepaald gebied in de lucht zit, dan moet je zorgen dat je het gemiddelde van dat hele gebied meet. Daar zijn dus ook regels voor. Een meetpunt moet minstens 300 meter uit de buurt van eventuele ammoniakbronnen geplaatst worden, dus niet pal naast een varkensschuur of een koeienstal.
Dat met die 300-meterregel de hand wordt gelicht is nog tot daaraan toe, maar mijn gedachten keren steeds verbijsterd terug naar dat ene meetpunt (op 1.40 in het filmpje).
Pal naast een rioolput.

Laat het even tot u doordringen.
Een meetpunt voor ammoniak pal naast een rioolput.

Dat is inderdaad alsof je de temperatuur in de kamer wilt meten door de thermometer op de kachel te leggen.

En denk even verder:
Iemand bij het RIVM heeft besloten dat er een meetpunt moest komen pal naast een rioolput.
Iemand heeft dat meetpunt geïnstalleerd pal naast een rioolput.
Iemand heeft gegevens verwerkt van een meetpunt pal naast een rioolput.

Hoe werkt dat in die hoofden?
Hoe kan je dit besluiten? Dit installeren? Hiermee werken?
Is er dan niemand geweest die protesteerde? Niemand die nog een restje gezond verstand had?
Blijkbaar niet.

En het gaat niet alleen om dit ene meetpunt.
Dit bizarre incident is geen incident. Het is het zoveelste voorval in een reeks van voorvallen bij allerlei overheden.
Hoeveel overheidsinstellingen zijn de afgelopen jaren in opspraak gekomen vanwege geklungel, gesjoemel en regelrechte leugens?

Integriteit en vertrouwen

Denk maar eens aan de WODC-affaire waar ambtenaren van Justitie medewerkers van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) onder druk zetten om welgevallige resultaten te produceren, terwijl ze heel goed wisten dat het WODC onafhankelijke, op feiten gebaseerde adviezen moest geven.
Protesten van medewerkers werden genegeerd en pas toen iemand lekte naar Nieuwsuur kwam het hele smerige zaakje aan het licht. De minister maakte excuses en beloofde beterschap en vervolgens werd besloten om de ambtenaar die gelekt had strafrechtelijk te vervolgen. De ambtenaren die de integriteit van het WODC op het spel hadden gezet, vonden dat degene die gelekt had hun vertrouwen had beschaamd.
Ze zouden zich beter rekenschap kunnen geven van het feit dat zij het vertrouwen van de burger hebben beschaamd.

En wat te denken van het Planbureau voor de Leefomgeving?
Er waren al meerdere blunders van het PBL aan het licht gekomen toen dit instituut vereerd werd met de opdracht om het klimaatakkoord door te rekenen. Op 13 maart 2019 was de presentatie van de doorrekening, en politici haalden opgelucht adem. Viel dat even mee, het klimaatakkoord zou Nederland veel minder kosten dan gevreesd.
Er waren meteen al critici die vragen hadden bij de rooskleurige cijfers en vooral over allerlei zaken die niet waren meegenomen in de berekeningen. Met name het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) heeft grondig werk geleverd bij het narekenen van de kosten en ontdekte dat het PBL voor de zoveelste keer onbetrouwbare cijfers had geleverd. Het klimaatbeleid ging vele malen duurder worden.
Hoeveel vertrouwen kunnen burgers nog hebben in de integriteit van het PBL?

En hoe staat het met de integriteit van het KNMI?
Sinds de kritiek op het aanpassen van de meetreeksen is losgebarsten, verschanst het KNMI zich in de bunker van het eigen gelijk. Wetenschappers die na willen rekenen wat er gebeurd is, worden met alle middelen buiten de deur gehouden en als ‘klimaatontkenners’ verdacht gemaakt. En dat terwijl de kritiek goed onderbouwd is en niet bepaald over bijzaken gaat.
Moeten we maar blind vertrouwen dat deze aanpassingen terecht waren en dat er bij het KNMI geen sprake is van een ideologische agenda? Waarom niet ‘gewoon’ direct die meetgegevens beschikbaar gesteld? Waarom werd er zo moeilijk gedaan?
Kunnen wij vertrouwen op de integriteit van het KNMI?

Zo wordt telkens weer het vertrouwen van de burger op de proef gesteld. Het CBS en het CPB leveren keer op keer positieve cijfers over de koopkracht – steeds mooi in lijn met beloftes van de regering – en keer op keer blijken de cijfers niet realistisch. Hetzelfde geldt voor de misdaadcijfers die volgens de politie zelf gemanipuleerd worden.
En dan hebben we de schandalige toeslagenaffaire bij de belastingdienst waardoor honderden gezinnen in financiële ellende werden gestort. We hebben de dubieuze bemoeienissen van ambtenaren van Justitie met het proces Wilders.
Wat is er aan de hand met de integriteit van de overheid?

Hoe kunnen mensen hieraan meewerken?

Deze overheidsinstanties zijn geen zielloze systemen, hier werken mensen. Mensen die besluiten nemen en uitvoeren, die elke dag naar hun werk gaan en over het algemeen zullen beseffen wat de impact is van wat ze doen. Een hoop ambtenaren zullen ongetwijfeld goed werk leveren, maar de laatste jaren komen er toch wel heel veel dubieuze zaken naar buiten.
Bij dit soort zaken vraag ik me elke keer af: hoe kunnen mensen hieraan meewerken?
Hebben zij geen beroepseer? Hechten zij niet aan integriteit? Zien ze burgers als tegenstanders?

Als ik hierover na probeer te denken, kan ik maar een paar redenen bedenken waarom overheidsdienaren hieraan meewerken of in elk geval geen alarm slaan. Deze mensen zijn dom, onverschillig, bang of medeplichtig.

  • Degenen die te dom zijn om door te hebben dat je bijvoorbeeld geen meetpunt voor ammoniak naast een rioolput moet plaatsen… daarover kunnen we kort zijn: die zijn volslagen incompetent en moeten werk op een beter passend niveau krijgen. Hopelijk zullen maar weinig mensen zo dom zijn.
  • De onverschilligen zijn meer aandacht waard. Dit zijn de mensen die hun schouders ophalen en de andere kant op kijken omdat het ze niet kan schelen wat het resultaat van hun werk is. Ze zijn vaak cynisch en denken dat het niet uitmaakt of ze goed of slecht werk leveren.
    Tegen deze mensen zou ik willen zeggen: word wakker! Besef hoeveel schade je doet door maar wat te knoeien en alleen maar van negen tot vijf je tijd uit te zitten. Denk je nu werkelijk dat je hier uiteindelijk mee weg komt? Ook jij zult te maken krijgen met de gevolgen van je laksheid.
  • Dan zijn er natuurlijk mensen die zien wat er fout gaat, maar te bang zijn om er iets van te zeggen. Vooral je kop niet boven het maaiveld uitsteken, want je ziet wat er met klokkenluiders gebeurt…
    Tegen deze mensen zou ik willen zeggen: sta op! Hou op met dat korte termijn denken en besef op hoeveel terreinen dit gebeurt. Al die mensen die het niet aandurven om hun collega’s en leidinggevenden te vertellen dat ze integriteit belangrijk vinden, gooien daarmee die integriteit te grabbel. Als deze mensen wel massaal hun mond open zouden doen, zouden ze hopelijk meer medestanders blijken te hebben dan ze nu denken.
  • Dan de ergste categorie: de medeplichtigen. Dit zijn de mensen die willen liegen en bedriegen. En waarom? Twee categorieën:
    • Mensen die bedrog plegen om er zelf beter van te worden.
      Dit zijn verachtelijke lieden die op kosten van anderen carrière willen maken of simpelweg corrupt zijn. Onbetrouwbare geldwolven zonder principes. Helaas bestaan er nu eenmaal zulke mensen, maar het zou goed zijn als ze integere mensen tegenover zich vinden.
    • Mensen die bedrog plegen omdat het doel in hun ogen de middelen heiligt.
      Dit zijn arrogante betweters die neerkijken op de rest van de bevolking. Zij denken te weten wat goed is, en omdat ze beseffen dat ze een minderheidsstandpunt verkondigen, besluiten ze buiten de democratie om te gaan.

De laatste categorie die ik noemde heeft een politieke agenda. Het zijn mensen zoals Walter Palm, de integratie-expert die 35 jaar belast was met integratiebeleid. Ter illustratie dit citaat: Als er weer een wisseling van de wacht was, relativeerde Palm de impact met de gevleugelde woorden: ‘Je hebt een regeerakkoord en je hebt de werkelijkheid.’
Dit zijn activisten die een Vierde Macht vormen, ambtenaren die politici als voorbijgangers beschouwen en zoveel mogelijk hun eigen agenda doorvoeren. Deze mensen zijn volstrekt antidemocratisch en lijken blind voor de gevolgen van hun handelen.
Elke keer als zij erin slagen om beleid door te drukken dat ingaat tegen de in verkiezingen uitgedrukte wens van de meerderheid, vergroten zij de kloof in de samenleving. Zij ondermijnen het vertrouwen van de burgers.

In feite doet het niet ter zake of deze ‘experts’ gelijk hebben, ze hebben simpelweg niet het recht om zonder democratisch mandaat hun ideologie door te drukken. Helaas kunnen dit soort ambtenaren door hun lange staat van dienst veel macht opbouwen, en in hun koninkrijkjes is het moeilijk om tegengas te geven. Dat verklaart de vele meelopers: de onverschilligen en degenen die zwijgen uit angst. In conflicten zijn het doorgaans maar kleine groepen die de onderdrukking en het verzet leiden, de grootste groep bestaat uit degenen die zich afzijdig houden.
Zeker bij de feitenleveranciers van de overheid kunnen dit soort activisten een hoop schade aanrichten, want wie gaat uit zitten pluizen of de cijfers wel kloppen? Dat gebeurt hooguit als er echt rare dingen gebeuren, zoals nu bij het RIVM. Zolang cijfers nog enigszins redelijk lijken, is de kans heel klein dat onderzoekers de tijd gaan nemen om alles na te rekenen.

Vertrouwen, hoor en wederhoor

Waarom is dit allemaal zo erg?
Heel simpel: onze maatschappij functioneert op basis van vertrouwen. Zelfs mensen die roepen dat ze de overheid niet vertrouwen, doen dat in hun dagelijks leven meestal wel.
We vertrouwen erop dat onze infrastructuur onderhouden wordt, dat er een vangnet is als we werkloos of langdurig ziek worden, dat de politie ons niet zomaar neerschiet, maar ons beschermt. En we vertrouwen er ook op dat het regeringsbeleid gebaseerd is op reële cijfers, en niet op ideologisch gemotiveerde verdraaiingen.
Wat als dat vertrouwen wegvalt?

Kijk wat er vorige week gebeurde. De boeren vertrouwen het RIVM niet meer en eisen onafhankelijke metingen van vervuiling; ze zeggen dat alle beleid gebaseerd moet zijn op wetenschappelijke feiten, niet op aannames en emotie.
Ze beschouwen het RIVM dus niet meer als onafhankelijk. Ze denken dat het RIVM ideologisch gedreven is, en geen wetenschappelijk onderbouwde cijfers meer levert.
En dat is begrijpelijk in de huidige omstandigheden. Denk alleen maar aan een ander feit uit het filmpje (vanaf 7.55). Normaal gesproken is er in februari een ammoniakpiek omdat de boeren dan weer mest uit gaan rijden, maar in 2012 was het zo verschrikkelijk koud dat de boeren in februari nauwelijks mest uit konden rijden. Groot was dan ook hun verbazing toen de tabel van 2012 uitkwam met ‘gewoon’ een ammoniakpiek in februari.
Hoe kan dat? Verzint het RIVM gegevens? Hoe moet je dergelijke cijfers nog vertrouwen?

Over het besproken filmpje had ik een tweet gestuurd, en de twitteraar van dienst reageerde namens het RIVM: ‘Wij hebben geen persoonlijke belangen en zijn een onafhankelijk instituut. Wij trachten op een zo feitelijk mogelijke wijze en met de best beschikbare wetenschappelijke kennis een basis te leveren voor beleid en uitvoering.’
Zo zou het moeten zijn. Zo zouden de feitenleveranciers van de overheid moeten werken: onafhankelijk, feitelijk en zonder persoonlijke belangen.
Maar hoe feitelijk zijn de gegevens als de meetpunten al zo slecht zijn en de uitkomsten zo dubieus? Eerder al had het instituut een verklaring gepubliceerd over het eerste meetpunt dat in het filmpje aan de orde komt, het meetpunt vlakbij een kippenboerderij. Citaat: Het RIVM weet dat de metingen op het station Vredepeel worden beïnvloed door ammoniakbronnen. Daar houden we dan ook rekening mee bij het analyseren van de meetgegevens.
Dit is natuurlijk een heel rare manier van meten. Je gaat op een vervuilde plek meten, waarna je moet compenseren voor de vervuiling. Ik vroeg nog of het niet handiger was om op een niet vervuilde plek te meten, maar daar kwam geen antwoord op.

Het meetpunt naast de rioolput komt in bovenstaande verklaring trouwens niet eens voor, maar kwam toch ineens aan de orde in de twitterconversatie. De twitteraar van het RIVM kwam met de stellige bewering dat er bij de rioolput helemaal geen ammoniak vrijkwam… sterker nog: dit was met het Waterschap besproken.

Ik informeerde of de beweringen in het filmpje volgens hem dan leugens waren, en er kwam een stellig antwoord. Zie hieronder.

Dus volgens het RIVM heeft het Waterschap gezegd dat er geen gassen (waaronder ammoniak) vrijkomen, maar volgens de wetenschapper in het filmpje – Geesje Rotgers – had het Waterschap gezegd dat er wel gassen vrij kwamen.
Wie moest ik geloven? Ik heb hierboven over vertrouwen in overheidsinstanties gesproken, en ik kreeg in mijn eigen hoofd het bewijs dat dit vertrouwen behoorlijk geslonken is. Ik geloofde het RIVM niet.
Toen mengde mevrouw Rotgers zich zelf in het gesprek en vertelde dat zij de bevestiging op schrift had. Ze was zelfs zo vriendelijk om mij de mailwisseling met het Waterschap te sturen, en daaruit blijkt inderdaad dat die haar verhaal bevestigen. Er komen wel gassen vrij: het meetpunt hangt in een walm van rioollucht.

Hoe het RIVM verder gaat reageren? Ze zullen wel zeggen dat het een misverstand is, dat de twitteraar het niet goed begrepen heeft, of dat het Waterschap iets heel anders bedoelde. Feit blijft staan dat er naast een rioolput een ammoniakmeetpunt is aangebracht. En dat dit onwetenschappelijk en onbetrouwbaar is.

Uiteindelijk zal het RIVM openheid van zaken moet geven. Er is inmiddels beloofd dat de onderzoekers van het Mesdagfonds inzage krijgen in het gebruikte rekenmodel. Deze openheid komt pas na jaren van ontwijken en vertragen, nadat het Mesdagfonds met de rechter had gedreigd, en na het grote boerenprotest van 1 oktober.
Dat doet denken aan andere overheidsinstellingen die pas na zware druk – gelekte informatie, ophef in de media, rechtszaken, Kamervragen, WOB-verzoeken – met tegenzin (gedeeltelijke) opening van zaken gaven.

Hoeveel rioolputten kan de Nederlandse burger nog hebben voordat hij de boeren achterna gaat?
De stank die ons tegemoet slaat uit al deze affaires is er een van bedrog en ondemocratische besluitvorming. Van minachting voor burgers en misbruik van macht. Als de overheid niet meer integer genoeg is om haar beleid te baseren op de realiteit, dan is dat een ernstige ondermijning van onze samenleving. Erger dan welke burger of politicus ook zou kunnen veroorzaken.

Ik ben een voorstander van de stelling: Schrijf nooit aan kwade opzet toe wat afdoende verklaard kan worden door domheid.
Zo langzamerhand geloof ik niet meer in ‘alleen maar’ domheid bij onze overheidsinstellingen.
Inmiddels begin ik te denken aan kwade opzet, en ik ben niet de enige.

Vond je dit artikel goed? Steun Repelsteeltje via repelsteeltje.backme.org

Voor meer artikelen van Repelsteeltje, zie deze link.

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Volg me op Twitter.

3 thoughts on “De rioolput van een onbetrouwbare overheid

  1. Ik kan alleen maar je conclusies onderschrijven.
    De overheid is meer dan de veelal vanuit ideologie prekende politicus. Het zijn ook de aanhankelijke en afhankelijke ambtenaren. De politieke partij die hen het hoogste salaris beloofd wint hun vertrouwen. De PvdA heeft dit generaties lang bewezen, en de ambtenarij-beschimpende PVV heeft veelal het nakijken.
    Ik hoop dat de redelijkheid, waar ook uw verhaal vanuit gaat het gaat halen. Instituten die bewezen de fout ingaan of die weigeren transparant te zijn mogen van de subsidiekraan af, meteen.

  2. Op zich is er niets mee om meetpunten te plaatsen op locaties met een te verwachte hoge concentratie uitstoot. Sterker nog, dat lijkt me vaak zelfs zeer wenselijk.
    Echter dienen deze meetpunten dan een ander doel en mogen niet in de reguliere meetingresultaten worden verwerkt.

  3. In uw ‘riool van een onbetrouwbare overheid’ van 18 okt. 2019 stelt u het langdurige wanbeleid van de NL-Overheid aan de orde. Dat type ‘bestuur’ lijkt structureel van aard en dan sterk op de episode uit onze Vaderlandse Geschiedenis die als De Regententijd geboekstaafd is of was. Misschien is er dus sprake van culturele continuïteit. Onderstaande bijdrage geeft dit in overweging.

    Regenten 18e eeuw creëerden goed gehonoreerde ambten die zij onder elkaar verdeelden, terwijl zij het feitelijk eraan verbonden werk voor een ridicuul bedrag door personen van lagere klasse lieten uitvoeren. Dit verhaal van prostitutie van de publieke ambten is – was? – bij ons overbekend en waarom het dan hier weer opgerakeld? Maar het gaat om de opzienbarende omstandigheden van deze publieke diefstal: de discrepantie in beloning, het enge aanstellingscircuit, de onbekwaamheid van de profiteurs, de belachelijke benoemingen. Een kind in de wieg kon zegt men postmeester* zijn. Het gaat dus ook om nu.

    Van dit schandalig gedrag, in samenhang met de onverbloemdheid waarmee het werd ten toon gespreid, is de sociologische betekenis dat de posten waar het toen om ging, geringe waarde hadden. Zo openlijk en honds met publieke rollen sollen als de regenten in hun tijdvak deden, is alleen mogelijk als je cultureel onwetend bent van wat je doet. In casu hadden de regenten geen flauw idee van de (Re)publieke zaak die ermee was gemoeid. En waarschijnlijk ook schiepen ze minder de ambten waarvan ze schaamteloos profiteerden, maar waren die posities als moderne verschijnselen aan het ontstaan.

    De prilheid van dat moderniseringsproces zou dan de verklaring kunnen bieden waarom de regenten er zo lichtzinnig mee omsprongen, en zich dat ook konden veroorloven. Ze wisten niet wat zij deden! Zij noch het volk begrepen de nieuwe tijd. Of ook waren zij tot het begaan van dat wangedrag genoopt, als onwillekeurige culturele uitdrukking van hun onbegrip. Storingen in het sociale systeem laten zich kennen op wijzen die zich niet door individuele motieven laten bepalen.

    Ik vermoed dat we met het toepassen van wat nieuwe woorden op oude begrippen: elite, populisme, klimaathysterie, kinderkruistocht, e.d. in een zelfde verwarrend tijdperk terecht zijn gekomen.

    *Klimaatpriesteres.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.