Via Sid Lukkassen, geschreven door Hans Pel

Angst voor een cultuurmarxistische samenleving is niet ongegrond

Kom ook op 2 september naar Rotterdam, de Café Avond van ‘De Nieuwe Kerk’ waar Paul Cliteur en Jesper Jansen over dit boek zullen komen vertellen, in samenhang met de opkomst van Pim Fortuyn! Kom lekker borrelen met vrije geesten!

De politiek correcte code

Volgens de Vlaamse filosoof Johan Sanctorum leven we momenteel in een pococratie “waarin de linkse intellectuele bovenlaag aan de massa een politiek correcte code heeft opgelegd vol verbodstekens en taboes. Deze code is pedagogisch, preventief-betuttelend en repressief tegelijk. Ze ent zich op een alibi van mensenrechten, respect, tolerantie en breeddenkendheid, dat bij nader inzien als een verstikkend loden deken weegt op de semantische registers van de vox populi, en dit tot in de kleinste uithoeken van het alledaagse leven.”

Wie dit mechanisme doorziet, herkent eenvoudig hoe linkse intellectuele, culturele en politieke elites onder meer via de staatsomroep – het NOS-journaal als ‘goednieuws-show’ – en artikelen in de gesettelde papieren pers, denkbeelden, taalgebruik en attitudes verbieden of opleggen. Het uitgangspunt van links is dat het haar waarheid door indoctrinatie via de door haar tijdens de ‘lange mars door de instituties’ gemonopoliseerde cultuur-, media- en onderwijsinstellingen aan de domme massa mag en móet opdringen om zo macht te verwerven: vandaag wordt dit cultuurmarxisme genoemd. Wie een beetje oplet, ziet dat de islam in ons land de strategie van de ‘lange mars’ intussen heeft overgenomen met als uiteindelijk doel de vestiging van een theocratie gebaseerd op de sharia.

Cultuurmarxisme: geen samenzweringstheorie

Toch zijn er nog steeds – voornamelijk linkse – media die cultuurmarxisme zien als een samenzweringstheorie, als een theorie van rechtse types die graag slachtoffertje spelen, als een mix van halve waarheden, bedrog en schuldwijzerij of als een holle term.

Zoals de titel van deze bundel impliciet aangeeft, zijn Paul Cliteur en zijn twaalf mede-auteurs ervan overtuigd dat het cultuurmarxisme wel degelijk een bedreiging is voor onze democratie. In de Inleiding schrijft Cliteur: “Om hedendaagse problemen en maatschappelijk-ideologische patstellingen te kunnen begrijpen, moeten we cultuurmarxisme als factor serieus nemen.” Zo is in de VS onder invloed van het cultuurmarxisme een discussie gaande over het verdwijnen van het concept individu en individuele mening. Tevens verdwijnt het robuuste debat dat de basis vormt van een liberale samenleving: in zo’n stevig debat zou je immers de gevoelens van anderen kunnen kwetsen. Cliteur en zijn medeauteurs willen met dit boek een bijdrage leveren aan deze naar Europa overgewaaide discussie.

Paul Cliteur koppelt het begrip cultuurmarxisme aan het begrip weerbare democratie. Zijn bijdrage heet dan ook ‘Cultuurmarxisme en de drie anti-democratische ideologieën van deze tijd’. Hij maakt duidelijk dat cultuurmarxisme uiteindelijk funest is voor de weerbare democratie. Immers, consequent doorgevoerd cultuurmarxisme betekent het einde van de democratie. Het concept weerbare democratie moet volgens hem een antwoord zijn op drie achtereenvolgende bedreigingen voor de democratie: fascisme/nazisme, communisme en islamisme.

Verder laat Cliteur zien hoe het cultuurmarxisme de hegemonie van antiwesters, antidemocratisch denken stimuleert en hoe het dat voor elkaar krijgt. Daarnaast beantwoordt hij de vraag waarom cultuurmarxisten jihadisten steunen en waarom zij koste wat kost proberen te verhinderen dat de weerbare democratie wordt ingezet tégen het islamisme (de politieke vormgeving van de islam).

De mainstream politiek wil ons nog steeds doen geloven dat ideologie c.q. religieuze overtuiging niets te maken heeft met terrorisme. Het is immers politiek incorrect om de islam aan te wijzen als probleemfactor, want dan zijn moslims het slachtoffer. En dat terwijl we de islam en het islamisme de oorlog moeten verklaren om de democratie te redden. Tot slot weerlegt Cliteur op overtuigende wijze de aantijging dat cultuurmarxisme een samenzweringstheorie is.

Cultuurstrijd

Sid Lukkassen richt zich in zijn essay op de Italiaanse filosoof Antonio Gramsci (1891-1937) en diens invloed op het hedendaags marxisme. Gramsci is zo ongeveer de aartsvader van wat nu cultuurmarxisme heet. Hij wilde een nieuw hegemonie-systeem zonder de bekrompen klassen uit het heersende systeem en zag dit als voorwaarde voor de creatie van een eigen staat.

Dit leidde tot de huidige cultuurstrijd over de vraag hoe Europa er in de toekomst zal uitzien: m.a.w. “welke weerslag hebben de islam, de versnellende demografische veranderingen en de globalisering op de Europese identiteit?” Lukkassen beschrijft waarover en hoe die cultuurstrijd wordt gevoerd tussen enerzijds het secularisme en het gedachtegoed van de Verlichting en anderzijds de islam. Het resultaat zal zijn dat links wordt vermorzeld tussen de islam en het groeiende nationaal conservatisme.

Lukkassen gaat zeer uitvoerig en diepgaand in op ideeën en de strategie van Gramsci en de rol van de Frankfurter Schule. Gramsci’s strategie verandert de arbeidersrevolutie in een permanente revolutie aangeduid als de ‘lange mars door de instituties’. Het cultuurmarxisme is simpelweg het marxistische gelijkheidsideaal toegepast op cultuur. Met componenten als messianisme (een strijd tussen een klasse van onderdrukkers en onderdrukten), kritische theorie (de samenleving zou worden bijeengehouden door machtsrelaties die moeten worden gedeconstrueerd) en opruiing (de ‘onderdrukte’ klasse wordt via cultuurpolitiek en identity politics klaargemaakt om te rebelleren).

Volgens Lukkassen beseffen de leidende elites – waaronder de politici – stiekem dat de populisten wel degelijk een punt hebben. Maar van deze elites hoeven we geen verandering te verwachten: zij hebben zich ingegraven binnen het systeem om zo hun eigen positie veilig te stellen. Opposanten als Wilders en Baudet lopen zich hier voortdurend op stuk. Het enige alternatief is het creëren van een eigen thuishaven, een Nieuwe Zuil met bijbehorende instituties en cultuurdragende organen.
Wanneer er niets verandert, breekt er volgens Lukkassen een uiterst sombere toekomst aan: “Het komt er nu op aan de cultuurmarxistische invloeden op de Westerse instituties te identificeren en ongedaan te maken als we willen dat het Avondland – het geheel van Europese volkskarakters en cultuurgeschiedenissen – kortom Europa als identiteit, blijft voortbestaan.”

Twee auteurs beschrijven aan de hand van de persoonlijke ervaringen hoe cultuurmarxisme in de praktijk werkt. Emmerson Vermaat vertelt wat hij meemaakte als journalist, auteur en documentairemaker. Puck van der Land beschrijft haar leven in de commune van Rotterdam in de jaren ’80. Binnen dit cultuurmarxistisch samenlevingsverband “ontstond een gelijkschakeling tussen personen. De motivatie om beter te presteren werd gedempt, individuele strevingen werden afgedaan als egoïsme en gebrek aan loyaliteit …”. Het leven in de commune was zó benauwend dat ze jaren na haar vertrek in 1990 nog nachtmerries had. “Dit experiment is absoluut niet voor herhaling vatbaar!” stelt Van der Land. Alleen al deze twee voorbeelden van cultuurmarxisme in de praktijk laten zien dat angst voor een cultuurmarxistische samenleving zeer gegrond is.

De andere auteurs – Maarten Boudry, Udo Kelderman, Jan Herman Brinks, Perry Pierik, Derk Jan Eppink, Sebastiaan Valkenberg, Wim van Rooy, Jesper Jansen en Eric C. Hendriks – laten allen op erudiete, genuanceerde en eigen, soms verrassende wijze hun licht schijnen op de realiteit van het ‘spook dat door het Westen waart’. Onderwerpen die daarbij aan de orde komen zijn onder meer identity politics, de verkiezing van Donald Trump tot president van de VS, de rol van het slavernijverleden, de invloed van Franse postmoderne filosofen, de verhouding van westerse intellectuelen met het bolsjewisme en maoïsme nu en in de afgelopen 100 jaar, Mao’s Culturele Revolutie. Allerlei vormen van politieke correctheid passeren de revue, evenals het al dan niet intersectioneel feminisme, het islamisme, de wortels en de verschillende gedaanten van cultuurmarxisme, en de EU als ‘kerkgenootschap’.

Dit is een fascinerend boek, goed geschreven en prettig leesbaar. Het biedt een helder zicht op de gevaren van het cultuurmarxisme en is daarmee een krachtige aansporing om beter na te denken over wat voor ons van waarde is. Het verdient het daarom om door velen gelezen te worden.

Paul Cliteur, Jesper Jansen, Perry Pierik (red.) – CULTUURMARXISME. Er waart een spook door het Westen, Uitgeverij Aspekt, 2018; 305 pagina’s; ISBN: 9789463383608

Vond je dit artikel goed? steun de auteur via Blendle