Read Time8 Minute, 35 Second

De grote meester in het weglachen van problemen kreeg het deze week niet meer voor elkaar om te blijven glimlachen. Mark Rutte verloor zijn zelfbeheersing.
Wat was de aanleiding? Een zinnetje uit het betoog van Lilian Marijnissen: Ik heb het idee dat je in deze tijd beter een smartphone kunt zijn op zoek naar een app, dan een zorgverlener op zoek naar een mondkapje.
Het snibbige ‘U gaat een grens over!’ was on-Ruttiaans; en dat ook nog eens dwars door het verhaal van een volksvertegenwoordiger heen. De opmerking van Marijnissen was te raak.

Het mondkapjesprobleem is enorm.
In de thuiszorg en verpleeghuizen werken zorgverleners massaal zonder mondkapjes en andere bescherming, en de resultaten zijn ernaar. Langzaam wordt duidelijk dat de ‘beschermende muur’ – waar Rutte op 16 maart over sprak – grote gaten vertoont. Begin april werd bekend dat in 900 van de 2500 verpleeghuizen coronabesmettingen waren ontdekt; toen al waren honderden bewoners van deze instellingen bezweken aan corona.
Dat zoveel van deze kwetsbare mensen ziek werden, is ook geen wonder als juist zorgverleners toch moeten gaan werken als ze klachten hebben en dat werk bovendien zonder voldoende beschermende middelen moeten doen.

Minister Hugo de Jonge bestond het om tijdens de persconferentie van 7 april (video vanaf 28.00) te zeggen dat ‘deze vraag nu nog niet speelde.’ Volgens hem hadden de zorgverleners in verpleeghuizen en thuiszorg voldoende beschermend materiaal tot hun beschikking. De storm van verontwaardiging die toen opstak, maakte dat De Jonge zijn stellige uitspraken achteraf haastig tot misverstand verklaarde.
Op 11 april kwam het Kabinet met een nieuwe verdeelsleutel voor beschermende middelen. De verpleeghuizen en de thuiszorg zouden niet meer achteraan hoeven sluiten en er zou hard gewerkt worden om alle zorgverleners van beschermende middelen te voorzien.

We zijn nu twee weken verder, en de problemen zijn nog lang niet opgelost.
Een bericht van 25 april:
Medewerkers in de thuiszorg en verpleeghuizen zien nog steeds grote tekorten aan beschermende middelen, ondanks het nieuwe verdeelmodel dat twee weken geleden is ingevoerd. 2 op de 5 medewerkers voelen zich onvoldoende beschermd om hun werk te doen. Dat blijkt uit een rondgang onder honderden zorgmedewerkers.
In de thuiszorg en wijkverpleging geeft 78 procent van de deelnemers aan dat er vóór 11 april een tekort was aan mondkapjes, schorten, handschoenen en gel. Nu, twee weken later, is dat nog altijd 63 procent. In verpleeghuizen gaf 63 procent aan dat er voor 11 april een tekort was, dat is nu nog 61 procent.

Hoe kan het dat in een goed georganiseerd en welvarend land zo lang zo’n tekort aan beschermende middelen blijft bestaan?
Of zijn we helemaal niet zo goed georganiseerd en welvarend?

Deze week sprong Thierry Baudet er bovenop. Er zijn wel mondkapjes, maar de overheid doet er niets mee! Tijdens het Kamerdebat overhandigde hij minister Hugo de Jonge een briefje met de gegevens van een leverancier van mondkapjes.
Op Twitter verschenen filmpjes met uitleg: de leverancier kon mondkapjes in verschillende kwaliteiten leveren, en een laboratorium – dat ook samenwerkt met ziekenhuizen in Zwolle – had de mondkapjes getest en goed bevonden.
Vreemd genoeg lijken de mondkapjes van deze ondernemer niet welkom bij de overheid. In een uitzending van WNL (vanaf 18.00) vertelde Baudet dat de kapjes simpelweg niet door de bureaucratische molen heen kwamen. De journaliste opperde nog dat de kapjes misschien gewoon niet veilig genoeg waren, maar Baudet stelde dat ze prima door de test kwamen.

Een hoop mensen wonden zich op over dit initiatief. Daar heb je Baudet weer. Die mondkapjes deugen natuurlijk gewoon niet, en Baudet wil alleen maar een politiek voordeeltje halen en de bewindslieden ondermijnen. En dat terwijl we ons allemaal achter de premier moeten scharen in deze moeilijke tijden!
O ja?
Moeten we dat?
Ook als onze regering zo incompetent is dat het letterlijk mensenlevens kost?
Want hoe hard hebben Bruno Bruins, Hugo de Jonge en Martin van Rijn nu echt gewerkt om mondkapjes te krijgen? Beter gezegd: hoe effectief zijn ze geweest?

Al op 25 februari – twee maanden geleden – stelde Antje Diertens (D66) Kamervragen over mondkapjes. Waren er wel genoeg en wat zouden de gevolgen zijn als er niet genoeg zouden zijn? Zie hier het antwoord van minister Bruno Bruins.

De minister verkende dus of Nederland via een Europese offerteprocedure een beperkte voorraad kon bestellen.
Nu wordt een Telegraaf-artikel van 24 april wel heel interessant. Daarin werd een vergadering van eind februari besproken: Zorgorganisaties willen zelf de markt op, klinkt het tijdens de vergadering, vertelt een betrokkene die aanwezig was. ’Let wel op de Europese aanbestedingsregels’, klinkt het vermanend. Een trage en bureaucratische procedure. Aanwezigen vallen van hun stoel (arcering van R).
De Telegraaf vroeg netjes om uitleg bij de overheid maar het departement ontkende dat er in een februari-bijeenkomst geschermd is met Europese aanbestedingsregels. Leg dat even naast het antwoord – eind februari – op de Kamervraag over mondkapjes. Als zelfs in antwoord op Kamervragen geschermd werd met Europese aanbestedingsregels, zou het dan in vergaderingen niet gebeurd zijn?
Dan kan het departement nu wel zeggen dat dit niet waar is, maar erg geloofwaardig klinkt het niet.

Op 4 maart was er weer een interessante Kamervraag, dit keer van Maarten Hijink van de SP. Frankrijk had beslag laten leggen op de voorraden en productie van mondkapjes waardoor Nederland niet meer in Frankrijk aan mondkapjes kon komen. Wat vond de minister daarvan en kon Nederland ook beslag leggen op de eigen voorraden en productie?
De minister vond dit niet netjes van Frankrijk (en Duitsland, dat hetzelfde had gedaan) en zou dit aan de orde stellen in een vergadering. Verder had de minister niet de wettelijke bevoegdheid om in Nederland hetzelfde te doen. Kortom: andere EU-landen legden beslag op voorraden – tot zover de Europese solidariteit – maar Nederland kon dit niet doen, want regeltjes.
Op 5 maart diende Hijink hier een motie over in, maar de coalitie vond dit blijkbaar te veel bemoeienis van de Kamer en stemde tegen.

Een maand geleden, op 27 maart sprak RTL zeven Nederlandse ondernemers die bereid waren om mondkapjes te leveren. Citaat uit dit artikel: Martin van der Sluis heeft hemel en aarde bewogen om zijn aanbod onder de aandacht van het ministerie te brengen. “We hebben ons gemeld, we hebben zelfs een aantal oud-ministers ingeschakeld, die ons aanbod bij het ministerie onder de aandacht hebben gebracht. Ik heb de directeur van VWS gesproken, die zei dat ik zou worden teruggebeld.”
Tot op heden nog heeft Van der Sluis nog niks uit Den Haag gehoord.

En Van der Sluis was niet de enige waarbij het zo ging. Ook andere ondernemers kregen ondanks herhaaldelijk aandringen geen enkele medewerking van de overheid, en velen bestelden dus maar op eigen houtje mondkapjes in de hoop ze hier te kunnen slijten. Dankzij deze particuliere initiatieven kwamen er toch miljoenen mondkapjes binnen, maar er was geen coördinatie en al helemaal geen goede controle.
Waar was de overheid?
De overheid was druk met het terughalen uit ziekenhuizen van Chinese mondkapjes die niet de juiste kwaliteit bleken te hebben. Wilde men de opdrachten soms alleen gunnen aan bevriende bedrijven? Of zaten de Europese aanbestedingsregels in de weg? Die regels waar Frankrijk en Duitsland zich misschien wat minder van aantrokken?

Begin februari waren er nog mondkapjes vanuit Nederland naar China verscheept, eind februari waren Kamervragen sussend beantwoord en werd over Europese aanbestedingsregels gesproken, begin maart kon Nederland volgens de regels niet doen wat Frankrijk en Duitsland wel deden, en eind maart waren initiatieven van ondernemers niet nodig want de overheid had alles onder controle. En intussen werkten zorgverleners in verpleeghuizen en thuiszorg zonder mondkapjes.
Waarom konden er geen maatregelen genomen worden? Waarom konden de aanbiedingen van ondernemers niet gecoördineerd worden en hun mondkapjes niet getest worden? Natuurlijk, het is een flinke klus om deze coördinatie en de bijbehorende controle op poten te zetten, maar verrassing: daar is de overheid voor.

Dit geldt ook voor de controle op mondkapjes. Eind maart moest de overheid mondkapjes terughalen uit ziekenhuizen omdat ze niet goed bleken te zijn. Waarom was het testen van mondkapjes niet geregeld? Was daar geen procedure voor opgezet? Of had het geheimzinnige OMT – waar wij niets van mogen weten – hier bezwaar tegen? Vond dit team het niet nodig dat laboratoria mondkapjes gingen testen?
En in dat licht bezien: waarom komen nu de mondkapjes van Baudet niet in aanmerking? Ze zijn getest door een goed laboratorium; waar baseert de overheid haar weerstand op?
Vragen, vragen, vragen…

Intussen stond Hugo de Jonge op 7 april nog te vertellen dat er helemaal geen tekort aan mondkapjes was en Mark Rutte werd twee weken later nijdig toen Lilian Marijnissen op de nog steeds bestaande tekorten wees.
Jammer voor deze heren, maar in deze crisis komen ze niet weg met mooie praatjes. Dat is natuurlijk even wennen, want ze zijn het zo gewend. Hoe meer rookgordijnen je bij elkaar kunt babbelen, hoe meer succes je hebt in de Nederlandse politiek.
Maar als complete vleugels van verpleeghuizen letterlijk uitgestorven raken, werken de gewone trucjes niet meer. Dan kan Rutte van het AD een hermelijnen mantel omgehangen krijgen en De Jonge kan pronken met een tweet van Lady Gaga, maar dit is op z’n zachtst gezegd misplaatst.

En natuurlijk kunnen de bewindslieden – geholpen door bevriende media – weer eens staatsmannelijk gaan doen tegen de PVV, het FvD en de SP. Ze kunnen proberen zich voor te doen als wijze staatslieden en Wilders, Marijnissen en Baudet ervan beschuldigen dat ze populisten zijn die willen profiteren van een noodsituatie.
Maar de waarheid is anders.
Degenen die tot nu toe volop populistisch geprofiteerd hebben van de coronacrisis zijn niet de PVV, het FvD en de SP. Het zijn Mark Rutte en Hugo de Jonge.

Nederlanders hebben geen behoefte aan mooie praatjes op persconferenties of aan dierbare mediamomentjes als ‘klappen voor de zorg.’ Ze hebben behoefte aan bewindslieden die gewoon aan de slag gaan en de zorg ondersteunen in deze zware tijden.
Het is de hoogste tijd dat deze heren ophouden met de held uithangen en hun werk gaan doen: zoals het coördineren van de aanschaf van beschermende middelen en het opzetten van een controlemechanisme voor mondkapjes.
Zo moeilijk is het niet heren, de ondernemers willen wel.

Vond je dit artikel goed? Steun Repel via repelsteeltje.backme.org

Voor meer artikelen van Repel, zie deze link.

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Volg me op Twitter.

.Vond je dit artikel goed? Steun de auteur via Backme

40 2
Repel .

Written by Repel .

Je kunt Maaike van Charante steunen op BackMe repelsteeltje.backme.org en/of volgen op Twitter @Repelsteeltje21

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.