Tegen groepsdenken

Repelsteeltje
Read Time7 Minutes, 54 Seconds

Mensen zijn kuddedieren.
Dacht u een onafhankelijke geest te zijn?
Vergeet het maar. Vroeg of laat komt er een moment dat u beseft dat u net iets ongelooflijk stoms hebt beweerd alleen maar omdat uw groep dat vindt.

Groepsdenken is in staat om intelligente mensen te laten beweren dat:

  • De aarde slechts 6000 jaar oud is
  • Een foetus in de baarmoeder geen mens is
  • De wereld over twaalf jaar vergaat dankzij onze CO2-uitstoot
  • Alle fossiele brandstoffen opstoken geen enkel probleem is
  • Trump een genie is
  • Trump een gevaarlijke gek is

Hier zat vast tenminste één uitspraak bij waarbij u op z’n minst de neiging had om te roepen dat dit WAAR is. En dat terwijl u diep in uw hart weet dat er wel het nodige op af valt te dingen. Sterker nog: dat er bewijzen zijn te vinden die deze uitspraak ontkrachten.

Terry Pratchett – geniale schrijver: lees die boeken! – zei ooit:
‘The IQ of a mob is the IQ of its most stupid member divided by the number of mobsters.’
Oftewel: Het IQ van een meute is gelijk aan het IQ van het domste meutelid gedeeld door het aantal meuteleden.
Hoe groter de meute, hoe dommer.

Ook de heren van Monty Python wisten de menselijke neiging tot kuddegedrag haarscherp neer te zetten in een beroemde scene in ‘Life of Brian’ waarin Brian probeert om zijn volgelingen uit te leggen dat ieder mens een individu is.
Kijk even dit stukje (minder dan 1 minuut) waarin de kudde papegaait dat iedereen toch echt een individu is, en één werkelijk onafhankelijk denker oppert dat hij dat niet is. Hem wordt meteen het zwijgen opgelegd.

De omkering is natuurlijk hilarisch, maar tegelijkertijd herkennen we het allemaal.
Mensen die afwijken van de groep willen we automatisch het zwijgen opleggen. Het zijn stoorzenders. Onruststokers.
Net als je weet hoe het zit, komt zo’n figuur je zekerheden ondermijnen. Daar hebben we meestal geen zin in omdat het veel geriefelijker is om niet na te hoeven denken en het lekker knus eens te zijn met al onze kameraden.

Groepsdenken is lekker. Het is behaaglijk en veilig. Het geeft verbondenheid en vertrouwen.

Wel eens meegezongen in een groot koor?
Of het nu in een voetbalstadion was of in een kerk, iedereen die dat wel eens gedaan heeft, weet hoe je opgetild kunt worden door het ‘samen’-gevoel, hoe je meegenomen kunt worden in een soort extase. Hetzelfde geldt natuurlijk voor massaal dansen op een festival en af en toe met de band meebrullen.
Op een heel diep niveau zijn we allemaal kuddedieren.

Is groepsdenken alleen maar negatief?
Het heeft ook wezenlijk positieve kanten.
We werken als mensen vaak goed samen in groepen juist door deze eigenschap. Als we voortdurende kritisch zouden zijn op alles, zouden we heel wat minder voor elkaar krijgen.
Het zorgt er ook voor dat we ons met elkaar verbonden voelen, dat we sociaal zijn en verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Het maakt in feite de samenleving mogelijk.

Maar natuurlijk heb ik niet voor niets als titel boven dit stuk gezet: tegen groepsdenken.
Zoals het Monty Python filmpje laat zien, maakt groepsdenken dat we de neiging hebben om leiders kritiekloos te volgen. Om hun woorden als hoogste wijsheid te zien en ze tegen elkaar te herhalen totdat we er allemaal in geloven.
Het vergt inzet om na te blijven denken, en – een andere menselijke eigenschap – we zijn vaak liever lui dan moe. Bovendien hebben we meer aan ons hoofd. Nadenken is vaak een luxe.

Als je de hele dag hard gewerkt hebt en in je vrije tijd nog een studie probeert te doen, dan is nadenken over alles ‘best leuk hoor, maar nu even niet.’ Je hebt ooit besloten bij welke groep je hoort, op welke partij je stemt, en wat zo ongeveer je standpunten zijn. Het is wel lekker rustig om het daarbij te laten. En als ‘jouw’ groep dan besluit dat een bepaalde politicus een fascist is of een emotieloze robot, dan ga je daar maar al te makkelijk in mee.

Zo had ik tijdens het debat van Rutte en Baudet de vervreemdende ervaring dat ik ineens even sympathie voor Rutte had.
De laatste jaren heb ik zo’n hartgrondige hekel aan die man gekregen, dat hij voor mij nauwelijks meer een mens was. Hij was voor mij alleen nog de glibberige huichelaar die alles bij elkaar liegt en de democratie aan zijn laars lapt. Ik heb nog steeds een grondige afkeer van hem, trouwens, maar toen Baudet de vraag stelde: ‘Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?’ Toen zag ik tot mijn verbazing ineens de mens Rutte.
Een goede les. Ook die politicus waar je zo verschrikkelijk de pest aan hebt, is uiteindelijk nog een mens.

Maar het was niet alleen een goede les, het was ook een schok.
Ik ben fel onafhankelijk. Als tiener kreeg ik het al niet voor elkaar om mijn kritische denken uit te zetten, en ik wilde dat ook niet.
Ik paste me wel eens aan omdat je nu eenmaal niet altijd de energie hebt om tegen alles in te gaan – en ook omdat het gewoon echt niet leuk is om altijd die eigenwijze buitenstaander te zijn – maar ik heb altijd een afkeer gehad van domweg meelopen met de kudde. En ik was eigenwijs genoeg om te denken dat ik dat dus niet deed.

Inmiddels ben ik er wel achter dat ook ik niet immuun ben voor groepsdenken. Ik merk het bijvoorbeeld als ik op het punt sta om een tweet te sturen waarvan ik weet dat ik ermee ga scoren. Dat ik veel likes ga krijgen omdat deze tweet perfect in het denken van ‘mijn’ groep past. Dat wil niet zeggen dat ik zo’n tweet niet stuur. Uiteindelijk gaat het erom of ik werkelijk meen wat ik schrijf; ik ga mijn mening niet censureren omdat mensen het ermee eens zullen zijn.
Maar dat plezierige gevoel van de waardering die straks gaat komen, dat is de stiekeme verleiding om toe te geven aan kuddegedrag.

Het punt is: hoe bewaak je jezelf tegen dom groepsdenken?
Ik doe dat door mezelf voortdurend uit te dagen. Door mensen te volgen die me soms mateloos irriteren, maar die ook vaak dingen te zeggen hebben die me wakker schudden. Door te weigeren om ‘veilig’ in een groep gelijkgestemden te schuilen. Door altijd het debat te zoeken.
Ik doe het ook door extra kritisch tegenover mijn eigen groep te staan. Als Baudet iets zegt wat ik verwerpelijk vind, zal ik dat niet negeren. Ik stem op hem omdat ik geloof dat hij een idealist is met goede ideeën, maar ik moet er niet aan denken dat hij mijn ‘Grote Leider’ zou worden.

En soms schop ik expres tegen een wespennest, bijvoorbeeld door het op te nemen voor Chris Aalberts, een journalist waar veel FvD’ers een bloedhekel aan hebben. Deels doe ik dat omdat ik vurig voor persvrijheid ben, juist ook voor tegenstanders. Denk aan de beroemde uitspraak: Ik ben het niet eens met wat je zegt, maar ik zal jouw recht om het te zeggen tot de dood toe verdedigen.
Maar ik doe het ook om alles door elkaar te rammelen. Om mijn eigen principes op de proef te stellen. Om te testen of het nog wel klopt wat ik denk, en om te testen of mijn volgers nog zelf nadenken.

Ik moet er niet aan denken om zelf in een kudde terecht te komen en ten prooi te vallen aan dom groepsdenken. Om te blijven hangen in een bubbel met gelijkgestemden.
Daarom block ik op Twitter in principe ook niemand. Soms gaan drammers even op mute, maar dat maak ik altijd na een tijdje weer ongedaan. Blocken is zelfbedrog: als je teveel mensen blockt, eindig je in een schijnwereld. Lekker rustig, maar geen realiteit.

En waarom vind ik dat zo belangrijk?

Omdat groepsdenken niet alleen dom maakt, maar ook tot bubbels leidt, tot eilandjes.
En het is op korte termijn misschien leuk om met je kameraden op een eilandje te zitten en lekker stenen te gooien naar de buren, maar op de lange duur wordt de afstand tussen de eilandjes zo groot dat er geen brug meer mogelijk lijkt. En of we het nu leuk vinden of niet: als afzonderlijke eilandjes gaan we het niet redden.

Dit geldt voor de elite die neerkijkt op de onderklasse en denkt de wijsheid in pacht te hebben. Voor die mensen die zich mateloos storen aan de term ‘elite’ omdat ze ergens wel weten dat die term terecht is. Net zoals ‘partijkartel’ en ‘baantjescaroussel’. Deze woorden steken omdat er waarheid in zit.

Maar het geldt ook voor de onderklasse die het heeft over ‘die daar in Den Haag’ en alle gezagsdragers over één kam scheert. Persoonlijk vind ik dat de onderklasse meer recht van spreken heeft – zie de BlokkeerFriezen, alle vervolgde klokkenluiders, de toeslagenaffaire en het Wildersproces – maar we houden onszelf voor de gek als we denken dat iedereen binnen de elite een gewetenloze machtswellusteling is.

En dus – impopulair standpunt, ik weet het – pleit ik voor in gesprek blijven.
Luister naar elkaar. Luister werkelijk of die ander misschien toch een argument heeft.
Ga niet altijd uit van je eigen gelijk, maar durf van mening te veranderen.

Ik heb niet voor niets als lijfspreuk:

Schapen blijven in de kudde, mensen gaan in debat.

Vond je dit artikel goed? Steun Repelsteeltje via repelsteeltje.backme.org

Voor meer artikelen van Repelsteeltje, zie deze link.

 

00

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Next Post

Jan Latten en het drama van de deugdynamiek

Jan Latten is een serieuze wetenschapper die een interview publiceerde in Trouw over […]

Je blokkeert onze vervelende advertenties!

We weten hoe vervelend advertenties zijn echter om de kosten op te brengen, we verdienen namelijk niets aan dit blogje, zijn wij genoodzaakt deze jou te laten zien. Help ons dit blogje gratis te houden en sta advertenties op onze site toe. Dank vanuit het hele team hiervoor!