Terwijl half Nederland aan gele hesjes loopt te denken, maakt de upper class zich druk over al dat gemene racisme tegen die zielige Seada Nourhussen die nu geen columns meer kan schrijven voor Trouw.

Ja hoor, dat zijn de problemen van onze samenleving. Dat die arme vrouw het zwijgen wordt opgelegd omdat ze zwart is, nou ja, lichtbruin, maar wat maakt het uit.
Racisme!

De elite van Nederland

En het lijkt niet bij deze mensen op te komen dat Nourhussen vanuit een zeer bevoorrechte positie al jaren anderen de les leest met bedenkelijke uitspraken. En met name anderen waar zij van grote hoogte op neerkijkt.
Zij behoort tot een klasse die het recht heeft om op anderen neer te kijken, een klasse die een groot podium krijgt om dat te doen.
En niemand heeft haar dat podium afgepakt, zij heeft het zelf verlaten, als een beledigde prinses.
Hoe valt dit te rijmen met het verhaal dat zij een zielige verschoppeling is?

Niet.

Deze dame hoort bij de elite van Nederland en zij spuugt op de lagere klassen, net als veel van haar verontwaardigde fans. Deze bovenklasse wil gehoorzaamd worden, er moet naar hen geluisterd worden en hun waarheid is DE waarheid.

En de deugdzame reactie van minister Ingrid van Engelshoven op de zogenaamde homofobie van Johan Derksen verschilt geen haarbreed van de heilige verontwaardiging bij de racismeroepers.
Het komt allemaal op hetzelfde neer: onderklasse, blijf op je plek! Denk erom, wij weten wat goed en fout is en jullie moeten naar ons luisteren.
En als jullie dat nog niet door hadden: jullie zijn moreel inferieur. Jullie zijn racistisch, homofoob en fascistisch. En dat komt mooi uit, want daarmee zijn jullie zorgen geen echte zorgen. Jullie denken alleen maar dat jullie zorgen hebben. Weten jullie wel hoe goed jullie het hebben?
En tevreden na een geslaagde preek pikt de elite nog wat ruimte in.

Maar zo langzamerhand komt de onderklasse in beweging en laat zich niet meer schoppen. Er broeit een opstand.

Klassenstrijd?

Klassenstrijd, dat klinkt naar Karl Marx, naar een grijs verleden.
Klassenstrijd, zo roept de elite, dat is tegenwoordig niet meer nodig, en al die mensen die roepen dat er een elite bestaat in Nederland, die zoeken alleen maar excuses voor hun eigen gebreken. Die overdrijven schromelijk, alleen maar omdat ze geen verlichte idealen willen. Er zijn geen klassen meer in Nederland, dat is iets van het verleden.

Zijn er geen klassen meer in Nederland?

De racismeroepers

Wie roepen er het hardst over racisme?

  • Activisten als Seada Nourhussen, Sylvana Simons, Gloria Wekker en Clarice Gargard
  • Politici van de ‘juiste’ partijen, zoals Kathalijne Buitenweg, Femke Halsema, Lodewijk Asscher en Sigrid Kaag
  • Journalisten van de ‘juiste’ media, zoals Sheila Sitalsing, Jeroen Pauw, Rosanne Hertzberger en Ewout Klei

Maar kijk nu eens naar deze mensen.
Op het eerste gezicht lijken ze erg verschillend, maar als je ze nader bekijkt, zijn het allemaal mensen die optimaal geprofiteerd hebben van onze samenleving en aan de top geëindigd zijn.

De verliezers

Als er een top is, dan is er ook een onderlaag. En wie vinden we daar?

De ‘nieuwe Nederlanders’

In de eerste plaats natuurlijk de eerste/tweede/zoveelste generatie immigranten voor wie bovengenoemde figuren zeggen op te komen.

In de jaren 60 kwamen de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, en later regelden de werkgevers dat de gezinnen van deze mensen ook over mochten komen. Dat was niet zo onbaatzuchtig als het misschien lijkt, het was eigenbelang. Ze wilden de arbeid graag goedkoop houden, en weinig arbeiders drijft de prijs op.

We weten allemaal wat het lot van de gastarbeiders was.
Keihard werken voor een zo laag mogelijk loon. Nauwelijks promotie kunnen maken wegens gebrek aan opleiding. In de armste wijken gehuisvest worden, de eerste tijd onder bizar slechte omstandigheden.
Integratie werd ontmoedigd, want ‘ze gaan wel weer terug’.
Maar ze gingen niet terug.

Ondanks hun lage positie in de Nederlandse maatschappij waren ze hier nog altijd beter af dan in hun land van herkomst. In feite voegden zij zich bij de onderlaag van de Nederlandse samenleving, en alleen de meest getalenteerden van de migrantenkinderen konden daaraan ontsnappen.

De laaggeschoolde autochtone Nederlanders

En de andere leden van deze onderlaag zijn natuurlijk: de ‘gewone’ Nederlanders die er niet in geslaagd zijn om hogerop te komen. En waarom ze dat niet gelukt is?
Meerdere factoren spelen mee, bijvoorbeeld:

  • Niet de ‘juiste’ talenten hebben: laaggeschoold werk wordt zwaar ondergewaardeerd, vaak slecht betaald en de mensen worden ook nog vaak op tijdelijke contracten aangenomen, wat weer voortdurende onzekerheid oplevert.
  • Pech met je familie: je zult maar ouders hebben die hun kinderen verwaarlozen en mishandelen. Dan heb je vanaf het allereerste begin al een achterstand waar je slechts met een overmaat aan talent en doorzettingsvermogen uit kunt komen.
  • Slechte gezondheid: hoe wil je ooit uit de armoedeval komen als je lijf niet meewerkt? En als je dan geen welgestelde familie of een uitgebreid sociaal netwerk hebt, dan is de glijbaan naar ellende een onvermijdelijke realiteit.
  • Daarnaast hebben juist deze mensen te maken met een woud aan regelgeving, zo onoverzichtelijk mogelijk en voorzien van stevige straffen als je fouten maakt. Veel regelingen worden niet gebruikt omdat ze zo ingewikkeld zijn of uit angst voor straffen.
  • Verkeerde keuzes maken: de meeste schooluitvallers en criminelen hebben met bovenstaande factoren te maken. Toch zijn er nog verrassend veel mensen die ondanks een slechte startpositie zich op weten te werken tot een redelijke maatschappelijke positie. Degenen die dat niet kunnen, eindigen onderop.

Overigens hebben ook veel gekleurde Nederlanders met deze factoren te maken.
Vroeger noemden we deze groep de zwakkeren in de samenleving, en met name de PvdA heeft veel goed werk gedaan door op te komen voor deze zwakken.
‘Iedereen gelijke kansen!’ was lange tijd het credo, en men droomde van de verheffing van de arbeidersklasse.

Maar wat gebeurde er?

De salonsocialisten grepen de macht

De Partij van de Arbeid(ers) werd overgenomen door de salonsocialisten – misschien zelf nog wel van eenvoudige komaf, maar succesvol in de nieuwe samenleving – en deze gearriveerde burgers begonnen neer te kijken op het arbeidersmilieu.
Het was toch wel een beetje gênant om daarbij te horen; het was eigenlijk veel prettiger om bij de bovenlaag te horen…
In het begin kregen ze nog veel tegenstand van de ouderwetse socialisten, maar langzaam kregen ze de overhand en uiteindelijk zijn de oude socialisten uitgestorven of overgestapt naar andere partijen, zoals de SP en de PVV.

De oude achterban

Het leek alsof veel van de nieuwe socialisten het gevoel hadden dat de verheffing van de vroegere arbeiders zo langzamerhand wel voltooid was. Wat nu nog niet opgeklommen was tot betere posities, kon je afschrijven als hopeloze gevallen. Deze autochtone achterblijvers werden met steeds meer minachting behandeld, als lompe sukkels die in het gareel gehouden moesten worden.
Dat leidde tot pogingen tot opvoeding van Jan-met-de-Pet. De aanvoerders van deze linkse partijen – intussen versterkt met GroenLinks, D66, de ChristenUnie en het CDA – zagen heel wat mogelijkheden tot opvoeding, en die zien ze nog steeds.

  • De laaggeschoolden leven ongezond: ze zijn vaak te dik, ze roken, ze drinken te veel, en ze bewegen te weinig.
    Campagnes! Er moet gezonder gegeten worden, roken moet ontmoedigd worden en er moet bewogen worden. Belasting op rookwaren en op ongezond eten!
  • De laaggeschoolden weten niet wat ze horen te denken.
    Dus al op de basisschool beginnen we met veel verhalen over de zeehondjes en de arme kindertjes in de derde wereld. En natuurlijk kijken de kinderen het jeugdjournaal waar duidelijk wordt gemaakt op welke partijen men wel en (vooral) niet hoort te stemmen.
    Deze indoctrinatie wordt later naadloos opgevolgd door het NOS-journaal, waarin de wereld in goed en fout wordt ingedeeld en iedereen duidelijk te horen krijgt aan welke kant men hoort te staan.
  • De laaggeschoolden maken ruzie met de gastarbeiders, dat is racisme!
    We moeten ze vooral uitleggen dat we allemaal wereldburgers zijn en dat iedereen gelijk is, behalve natuurlijk de salonsocialisten, die staan een trapje hoger.

Een nieuwe liefde

En tegelijkertijd wierpen de vroegere socialisten zich vol enthousiasme op de ‘Nieuwe Nederlanders’. Die waren nog puur en onontwikkeld, afkomstig uit kansarme gebieden. Wie weet welke talenten er te vinden waren in deze groep?
De akker van de Nederlandse laaggeschoolden was nu wel uitgeput en hoopvol ging men op zoek naar de parels in deze nieuwe akker.

En zo werden de Nederlandse achterblijvers in de steek gelaten.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de hoogstaande idealisten die het nu voor het zeggen hadden zich van dichtbij over de nieuwkomers gingen ontfermen.
Nee, zij hielden zich slechts bezig met beleid maken, en het samenleven met de immigranten lieten ze graag over aan de laaggeschoolden die achter waren gebleven in de oude stadswijken.

En als de ‘oude’ minderheden toch een beetje taai blijken te zijn en eigenlijk verdacht veel op die moeilijk opvoedbare Nederlandse laaggeschoolden gaan lijken, dan kunnen we nog altijd de deuren open zetten voor een nieuwe groep behoeftigen waar we ons idealisme op kwijt kunnen.
Lang leve de immigratie!

De woede over het linkse verraad

Veel linkse mensen vinden het maar vreemd dat ze zo ‘gedemoniseerd’ worden.
Zij staan toch aan de goede kant? Zij komen toch op voor de zwakkeren in de samenleving?

Doen ze dat werkelijk? Is dat waar ze de hele tijd over praten?

Ze hebben een hoop te zeggen, niet over de zorgen van mensen aan de onderkant van de samenleving, maar over racisme, homofobie en fascisme.
De nieuwe zwakken zijn de kleurlingen en de LHBT’ers (ik weet het, ik kom een half alfabet tekort).
Deze nieuwe zwakkeren zijn veel interessanter en hipper, en bovendien komt de nieuwe vijand zo goed van pas. Die nieuwe vijand die zich – in hun ogen – aan al deze zaken bezondigt, is natuurlijk de lompe tokkie die nodig opgevoed moet worden.

En het de slachtoffers van die lompe tokkie zijn vanzelfsprekend de LHBT’ers en de allochtonen, die dus per definitie zielenpoten zijn, zelfs als de allochtonen in kwestie er een gewoonte van maken om oude vrouwtjes te beroven en LHBT’ers in elkaar te rammen.
Zouden straatschoffies ermee geholpen zijn om bij elke wandaad als ‘slachtoffer’ geknuffeld te worden?
Of zou een werkelijk betrokken iemand ze eerder een schop onder hun kont geven?

Lang heeft links Nederland nog verkondigd dat de probleemwijken ‘kansenwijken’ waren en de probleemjongeren ‘kansenparels’. Maar de laatste jaren lijkt het erop dat de allochtone tokkies dezelfde weg gaan als de autochtone tokkies.
Slechts een getalenteerde minderheid weet aan de achterstandswijken te ontsnappen, en de rest wordt binnenkort opgegeven.
Er is tenslotte al zoveel energie in gaan zitten. De idealisten hebben hun best gedaan.
En bovendien, diep in hun hart beginnen de idealisten te denken dat die achterblijvers toch wel een beetje lijden aan racisme, homofobie en fascisme…

De ‘zwarte’ activisten

En die allochtonen die wel opklimmen in de maatschappij, worden op het schild geheven. Zij zijn het levende bewijs van de goedheid van de linkse weldoeners, en alles wat zij zeggen, moet wel waar zijn.
En dus worden de praatprogramma’s en de kranten gevuld met mensen als… Seada Nourhussen, Sylvana Simons, Gloria Wekker en Clarice Gargard. Zij mogen regelmatig komen vertellen hoe racistisch onze samenleving is en hoe zwaar mensen van kleur het in Nederland hebben.

Hebben zij het zo zwaar gehad?
Nee, zij hebben eerder extra kansen gehad vanwege hun kleur, kansen waar de kinderen van de blanke laaggeschoolden niet meer op hoefden te hopen. Maar deze activisten staan model voor die nieuwe onderklasse, de klasse die nog verheven kan worden.
Maar horen zij nog bij die onderklasse? Wonen zij nog in die slonzige wijken waar alle armoede en criminaliteit zich ophoopt?
Nee, maar zij hebben hun kleurtje en hun afkomst, en dat is hun verdienmodel. En dus meten zij zich een slachtofferstatus aan, zonder zich te bekommeren om de werkelijke problemen waar de gekleurde bevolking van de probleemwijken mee te kampen heeft.

Want denkt iemand dat de Marokkanen in de Schilderswijk, de Turken in Feijenoord en de Antillianen in de Bijlmer zich druk maken om Zwarte Piet? Of om ‘de witte man’?
Nee, net als hun blanke buren voeren zij het dagelijkse gevecht om te overleven en ze hebben geen ruimte voor dit soort luxeproblemen.

Het duivelspact

En zo heeft het linkse establishment zich al jaren geleden aangesloten bij de machthebbers die altijd al de uitbuiters waren van zowel de oude als de nieuwe Nederlanders.

Ze hebben een verbond gesloten tegen die lastige onderbuikers die nodig gedisciplineerd moeten worden. Een verbond dat alleen in naam goed is voor de immigranten en hun afstammelingen, want de bovenlaag van onze maatschappij is langzamerhand zo losgezongen van de onderlaag, dat de wezenlijke problemen van de armsten in onze samenleving buiten hun blikveld vallen.
Ze huilen krokodillentranen op tv – Frans Timmermans, Halina Reijn – maar het blijkt dan toch weer erg onpraktisch om werkelijk mensen te helpen. En dus laten ze het bij opzichtig deugen.

Wat dat betreft is er nog meer – maar wel cynisch – realisme bij de oude machthebbers en hun erfgenamen te vinden.
Maar van deze groep hoeven de laaggeschoolden – allochtoon zowel als autochtoon – al helemaal niets te verwachten. Deze geldwolven zien de onderlaag van de bevolking slechts als een reservoir van goedkope arbeid, liefst met zo min mogelijk rechten zodat ze makkelijk aangeschaft en afgedankt kunnen worden.

Maar wat voor voordeel hebben deze machthebbers bij het pact met de salonsocialisten?
Simpel: verdeel en heers. Zet vooral bevolkingsgroepen tegen elkaar op, zodat ze zich niet verenigen om de macht aan te vallen. De grootste angst van deze groep is een succesvolle volksbeweging die genoeg momentum krijgt om werkelijk dingen voor elkaar te krijgen.
En een toestroom van laaggeschoolde immigranten is ook voor deze figuren niet onwelkom. Goedkope arbeid is mooi meegenomen.
De paar idealisten die nog bij de linkse partijen rondlopen, zijn de nuttige idioten die dit mogelijk maken.

De werkelijke strijd

Het wordt tijd dat we stoppen met die belachelijke identiteitspolitiek en het denken in huidskleuren. De werkelijke strijd is niet tussen rassen, met aan de ene kant de blanke tokkies en aan de andere kant de gediscrimineerde minderheden.
De werkelijke strijd gaat tussen aan de ene kant de mensen aan de onderkant van de samenleving – blank en bruin – die alle rotzooi over zich heen krijgen, en aan de andere kant degenen aan de bovenkant – ook blank en bruin – die hun macht misbruiken om er zelf beter van te worden.
En of die laatsten daar een cynisch ‘rechts’ praatje bij hebben of een zalvend ‘links’ praatje, dat maakt geen enkel verschil.

En de pogingen van de machthebbers om elk verzet van de ‘onderklasse’ te framen als extreemrechts worden steeds doorzichtiger.
Eerst was Fortuyn extreemrechts, toen de PVV, vervolgens Pegida en nu de gele hesjes.

Nee, linkse en rechtse politici en journalisten. Jullie zijn de machthebbers en als het volk in verzet komt is dat niet extreemrechts.

Het is een klassenstrijd.

 

Vond je dit artikel goed? steun de auteur via Blendle

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *