8 0
Read Time11 Minute, 19 Second

Steeds zijn alle ogen gericht op het sensationele coronanieuws: de angst voor de ‘Britse variant’, de avondklokrellen, het geblunder met de vaccinaties. Maar wie denkt nog aan al die kleine ondernemers die gedwongen hun deuren sluiten?

Zoals één van hen me schreef:
Mensen op straat hebben geen idee welk leed er momenteel heerst. Geen uitzicht, geen beleid, geen exit strategie, geen licht aan het eind van de tunnel. Wij hebben nog maar een beetje privé spaargeld en wat op de zakelijke rekening. Maar ik ken ondernemers met het water aan de lippen en geen geld meer. Huizen staan onder water, en sommigen krijgen geen krediet meer om in te kopen.

Ron Evers, sportschoolhouder in Hellevoetsluis, was bereid me inzicht te geven in zijn financiën. Zijn verhaal maakt duidelijk wat de coronacrisis betekent voor kleine ondernemers en hoe de steun van de overheid in de praktijk uitpakt.

De eerste lockdown

Op 16 maart 2020 hield Mark Rutte zijn toespraak; een toespraak die bol stond van hoe ‘we’ hier samen doorheen moesten komen. In die toespraak sprak de premier ook over de bedrijven: We zetten alles op alles om ervoor te zorgen dat bedrijven niet omvallen door wat er nu gebeurt en dat mensen hun baan niet verliezen. Het zal hoe dan ook een moeilijke tijd worden, maar we laten u niet in de steek.
Dat was mooi gesproken, en het klonk vertrouwenwekkend. Dat vertrouwen konden ondernemers wel gebruiken, want velen zagen meteen hun inkomsten teruglopen. Evers kreeg direct na de persconferentie van 15 maart (waarin de sluiting van o.a. sport- en fitnessclubs werd aangekondigd) de eerste opzeggingen al binnen van mensen die hun abonnement op de sportschool beëindigden.

De regering kwam inderdaad snel met maatregelen. Eind maart werden de eerste regelingen bekend: vooral veel uitstel van betalingen, een verlaging van de voorlopige belastingaanslag en als belangrijkste: de NOW-1, de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid. Meer dan honderdduizend bedrijven (tot 250 werknemers) vroegen o.a. deze subsidie aan.
De NOW-1 voorzag in een tegemoetkoming in de loonkosten.

Hoe werkte dit in de praktijk?
In het geval van The Health Factory, de sportschool van Evers, werden ongeveer 350 van de 1100 abonnementen opgezegd, een omzetverlies van grofweg 30%. Volgens het rekenmodel van de NOW-1 kon Evers dus iets minder dan 30% van zijn loonkosten terugkrijgen, al was dit veel minder dan de 15.000 euro die hij per maand al aan omzet verloor. Toch vroeg hij de subsidie aan, en daarnaast ook nog 4000 euro die hij zonder voorwaarden kon krijgen en 10.000 euro onder de TVL-regeling (Tegemoetkoming Vaste Lasten).

Tegelijkertijd ging hij aan de slag om in de gewijzigde omstandigheden zijn klanten zoveel mogelijk te kunnen bieden. De sportschool ging buitenactiviteiten organiseren: wandeltochten, fietstochten en trainingen in de openlucht; dit laatste ook met apparatuur, al betekende dat soms schade aan de apparaten.
Sommige klanten kregen apparatuur te leen, er werden online lessen georganiseerd en zodra er weer iets binnen mocht gebeuren werd ook de binnenruimte aangepast. Anderhalve meter afstand tussen de apparaten, goede ventilatie, schermen tussen de deelnemers, markeringen op de vloer en natuurlijk voorzag de sportschool in ontsmettingsmiddelen en andere extra hygiënemaatregelen.

Veel klanten betuigden steun, en ondanks de (dure) verhuizing van het bedrijf (juli 2020) dacht Evers genoeg reserves te hebben om deze crisis goed door te komen. Maar al snel verschenen er donkere wolken aan de horizon.

Complicaties

De voorwaarden van de NOW-1 bleken problemen te geven. Evers had tien mensen in vaste dienst, de rest was oproepkracht. Nu er minder werk was, riep hij minder mensen op en een paar contracten die afliepen verlengde hij niet. Maar in de NOW-1-voorwaarden staat: bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt nog een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom. De minder gewerkte uren betekenden een daling van de loonsom, en dus moest Evers – tijdens de crisis – 4000 euro van de gekregen subsidie terugbetalen. Er zijn berichten dat minister Koolmees bedrijven een jaar de tijd wil geven om terug te betalen, maar hier had Evers niets over gehoord en blijkbaar zijn er meer ondernemers die hier niet van op de hoogte zijn.

Natuurlijk is het logisch dat subsidies met voorwaarden komen – geen fatsoenlijke ondernemer wil onterecht geld krijgen – maar hoeveel bedrijven konden aan deze voorwaarden voldoen? In december 2020 bleek dat zestig procent van de bedrijven die in het kader van de NOW-1-regeling steun hadden gekregen, een deel terug moest betalen.
Het is niet vreemd dat dit voor zoveel bedrijven geldt. Met name flexwerkers worden per uur betaald, en tijdens een lockdown werken die mensen niet. Een werkgever die gebruikt maakt van de NOW-regeling moet dan schatten hoeveel uren hij anders uitbetaald zou hebben, en dit doorbetalen.

Vanuit de overheid gezien is dit een voordelige regeling – deze flexwerkers doen dan geen beroep op uitkeringen – maar voor de werkgevers in nood is het een flinke belasting. Zij worden gedeeltelijk gecompenseerd door de NOW-subsidie, maar het leeuwendeel betalen ze uit eigen zak.
Als een werkgever afziet van de subsidie, kan hij medewerkers op economische gronden ontslaan of contracten niet verlengen. Dan loopt zijn bedrijf uiteindelijk misschien minder schade op. Wat telt zwaarder? Overleven als bedrijf of je werknemers (schijn)zekerheid bieden? Een duivels dilemma. En voor velen zal gelden wat voor Evers gold: de subsidies die hij had gekregen dekten bij lange na de verliezen en de extra uitgaven niet…

Vergeet niet dat alle vaste lasten gewoon doorgingen. De huur, de afschrijvingen, de leasecontracten – de helft van de fitnessapparaten wordt geleased – alle heffingen en premies, verzekeringen voor personeel (ook flexwerkers), de BTW, de gemeentelijke belastingen, en dan nog de ‘kleine’ dingen zoals betalingen aan Buma Stemra en Videma (voor muziek en tv) en het lidmaatschap van de brancheorganisatie NL Actief.
De TVL-regeling (Tegemoetkoming Vaste Lasten) was welkom, maar dekte slechts een klein deel van deze kosten.

De tweede golf en het (gebrek aan) beleid

En toen kwam de tweede lockdown. Na zijn eerdere ervaringen zag Evers een nieuw beroep op een NOW-regeling niet zitten en hij sloot in november een coronalening af. Bij deze lening moet de ondernemer zelf 10% inleggen en de overheid staat voor 95% garant. Gaat de ondernemer failliet, dan krijgt de bank toch nog 95% terug van de overheid naast de borg die de ondernemer al betaald heeft. Overigens kan niet elke ondernemer zo’n lening afsluiten, dat kan alleen als hij over de voorgaande jaren goede cijfers kan laten zien. Dan nog zitten ook de sterkere ondernemingen inmiddels vaak zo in de problemen dat zo’n lening voor velen slechts uitstel van executie is.

Toch koos Evers voor de lening om door de tweede lockdown heen te komen. Er was tenslotte perspectief: 19 januari zou hij weer klanten binnen kunnen laten. Buitenactiviteiten zijn in de winter minder succesvol dan in de zomer, maar heropening in januari zou zijn bedrijf weer een beetje lucht geven.
Helaas, zoals iedereen weet is de lockdown weer verlengd… De verlenging van de lockdown kwam hard aan bij Evers en de chaos van het coronabeleid irriteerde hem inmiddels mateloos. De hele zomer had de overheid zich kunnen voorbereiden op de tweede golf, en er leek nauwelijks iets gebeurd te zijn.

Deskundigen waarschuwden voor de tweede golf, maar het leek alsof de overheid weer overvallen was. Sinds 2010 is de zorg enorm uitgekleed en tijdens de coronacrisis bleek de extra belasting te veel voor de sterk vermagerde sector. Veel oud-zorgmedewerkers boden hun diensten aan in de crisis, maar in juni 2020 stelde Mark Rutte dat extra investeren in de zorg ‘niet verantwoord’ was. De zorgverleners die hadden overgewerkt en degenen die hen waren komen steunen werden vriendelijk bedankt – klappen voor de zorg – en verder mocht het vooral niet te veel kosten.
Veel ondernemers vestigden deze winter hun hoop op de vaccinaties, maar ook daarin laat de overheid het afweten. Ondernemend Nederland zit braaf in lockdown terwijl de regering faal op faal stapelt.

Daarnaast heeft Evers vragen bij de maatstaven die de overheid aanlegt. Nu mogen slijterijen en banketbakkers open zijn – die zorgen voor alcoholisme en overgewicht – terwijl The Health Factory als niet-essentieel bedrijf gesloten is. De sportschool is juist goed voor de volksgezondheid. Evers heeft veel klanten in kwetsbare groepen: 60% is boven de 40, voor bejaarden heeft hij speciale machines staan om mee te trainen en hij biedt extra faciliteiten voor mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Hoe bepaalt men eigenlijk welke bedrijven essentieel zijn? Als het voortbestaan van je bedrijf aan een zijden draadje hangt, ga je vraagtekens zetten bij dergelijke keuzes van de overheid.

Vooral de kleinere bedrijven zijn de dupe

De steunpakketten zijn goed bedoeld, maar ze zetten geen zoden aan de dijk. Om nog maar eens Evers zelf aan het woord te laten: De corona steunpakketten zijn in één woord een lachertje, en gaan een toeslagaffaire 2,0 worden. Leuk voor de politieke Bühne maar waardeloos voor de (kleine) ondernemer.
De eerste maanden doken wij al richting de rode cijfers. Totale bijdrage overheid:  € 24.000 bij 30% omzetverlies (minimaal) terwijl de kosten in de maanden maart t/m juni  € 100.000 waren. Nu hadden wij nog omzet, maar geen groei meer. Dit werd enigszins rechtgetrokken bij heropening. Nu kelderen wij weer daar de schade van 2020 nog niet hersteld is.

En The Health Factory is natuurlijk niet het enige bedrijf waar het mis gaat. Evers heeft contact met veel andere ondernemers, en daar hoort hij nog meer ellende van.
Vrienden van mij in de horeca worden nog harder getroffen, vooral de ‘natte horeca’ (cafés, bars e.d.). Hun verhuurders hoeven geen korting te geven en gaan door met huur/hypotheek innen. Leningen, leases etc. moeten worden doorbetaald. Geen concessies. Vraag je om opschorting, dan is dat mogelijk, maar worden de aflosperiodes niet verschoven. Dan dien je die de volgende maanden dubbel terug te betalen. Ondernemers komen hierdoor steeds meer onder druk te staan, zonder steun en hulp van de overheid.

Critici zullen misschien wijzen op berichten dat in 2020 duizenden nieuwe horecabedrijven hun deuren openden, maar hier lijkt vooral mee te spelen dat veel bedrijven nog even uitstel van betaling hebben gekregen. Ook zijn er nogal wat overnames door zakenlieden met diepe zakken. Deze ‘grote spelers’ met hun accountants en juridische afdelingen grijpen hun kans, en slokken kleine bedrijven op die niet de middelen hebben om in deze omstandigheden overeind te blijven. Er wordt zelfs gewaarschuwd voor criminelen die de coronacrisis aangrijpen om hun greep op de horeca te vergroten met als doel om crimineel geld wit te wassen.

Conclusie

De economische gevolgen van de coronacrisis zijn op dit moment nog nauwelijks zichtbaar, maar we kunnen een hoop faillissementen verwachten. Het lijkt soms alsof de overheid na het eerste noodverbandje dacht dat alles wel goed zou komen, terwijl veel ellende juist op de langere termijn naar boven komt. Nu al staan in veel winkelstraten panden leeg en teren bedrijven (met overheidssteun) in op hun laatste reserves. Die steun gaat afgebouwd worden en als daarna bedrijven massaal omvallen, dreigt een kettingreactie. Toeleveranciers en afnemers komen dan ook in de problemen.

Mensen die in (semi)overheidsdienst zijn – of werken voor banken, media of andere ‘zekere’ sectoren – lijken nu niet al te hard geraakt te worden door de crisis, maar als het MKB onderuit gaat, zal dat ook voor hen gevolgen hebben. Politici en bestuurders zullen hopelijk beseffen hoe belangrijk deze kleine ondernemers zijn voor onze samenleving en dat zij nu te zware lasten moeten dragen.

Ligt hier een verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld banken en leasemaatschappijen? Zij hebben vaak flinke buffers en zouden wat soepeler kunnen zijn als bedrijven moeten aflossen. En als we naar de landelijke politiek gaan kijken: zijn bepaalde keuzes in coronatijd dan nog te verdedigen? Wat te denken van de miljarden die besteed worden aan dubieuze zaken zoals bijvoorbeeld de stug volgehouden subsidies aan vervuilende biomassacentrales?

Een rechtstreekse lastenverlichting voor het MKB zou ook van de gemeentes kunnen komen. Het Rijk heeft bedrijven ruimte gegeven door lasten uit te stellen, te verlagen of zelfs te schrappen. Waarom zouden gemeentes niet hetzelfde doen? In dit kader is het wrang dat een motie van 18 maart 2020 – de motie Kuzu over het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen – het niet haalde. De Kamer had de gemeenten om soepelheid kunnen vragen, maar koos ervoor om die vraag niet eens te stellen.

In al deze gevallen zitten natuurlijk regels in de weg, maar regels zijn er omwille van de samenleving, de samenleving is er niet omwille van de regels. Ook voor regelgevers geldt: waar een wil is, is een weg.
Burgers kunnen elkaar ondersteunen, maar het echte verschil kunnen zij in deze situatie niet maken. Dat moet komen van de overheid en de grote spelers op de markt. Niet om alle pijn weg te nemen, maar wel om hem te verlichten.

‘Samen tegen corona’ betekent samen pijn lijden en niet alle lasten op één groep afwentelen.
Laten we de MKB’ers niet in de steek laten.

*De cartoon bovenaan dit artikel is van Steve Hunter die zo vriendelijk was om officieel toestemming te geven voor gebruik. In zijn eigen woorden: ‘You are quite welcome to use it free of charge. I just want to get the message out to the people of the world that the Covid-19 lock downs only affect the poor and middle classes, not the rich and powerful.’

Vond je dit artikel goed? Steun Maaike van Charante via repelsteeltje.backme.org

Voor meer artikelen, zie deze link.

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Volg Maaike (Repel) op Twitter.

.Vond je dit artikel goed? Steun de auteur via Backme

Repel .

Written by Repel .

Je kunt Maaike van Charante steunen op BackMe repelsteeltje.backme.org en/of volgen op Twitter @Repelsteeltje21