0 0
Read Time8 Minute, 57 Second

Pim Fortuyn had het ooit over de linkse kerk als hij doelde op de progressieve elite, die zo overtuigd was van haar eigen gelijk dat overtuigingen bijna religieuze dogma’s werden. Onlangs verscheen een boek met die titel, samengesteld door Syp Wynia en Henk-Jan Prosman. Maar dit boek gaat over de echte kerken van Nederland, en met name over de rol van gereformeerden in de politieke verschuivingen sinds de Tweede Wereldoorlog. De globalistische idealen van het huidige Nederlandse politieke establishment komen niet uit de lucht vallen.

Nederland domineesland

Deze week gebruikte Frankrijk haar gewicht in de EU om Franse vissers te bevoordelen ten opzichte van Nederlandse vissers. Hierin is Frankrijk mijns inziens wezenlijk anders dan Nederland: Franse politici stellen de Franse belangen voorop, Nederlandse politici lijken te denken dat Nederland zijn belangen moet opofferen voor een betere wereld.

Er is geen geld voor de armste Nederlanders, maar wel voor Oekraïne. De boeren moeten zich opofferen voor wensnatuur, en woningzoekenden moeten statushouders voor laten gaan. Deze mentaliteit is niet goed voor Nederland, maar wel verklaarbaar vanuit ons calvinistische verleden.

Een vlijtig eilandje

Nederland in de tijd van de verzuiling was een eilandjesstaat. Elk eilandje had eigen scholen, verenigingen, sportclubs en vooral: een eigen cultuur. Het gereformeerde eiland was niet zomaar een zuil, en wie gereformeerd geboren was, nam dat een leven lang mee.

Zoals Roelof Bouwman schrijft op blz. 220 van De linkse kerk: “Wie in zijn jeugdjaren eenmaal is ‘besmet’ met gereformeerde waarden als soberheid, ijver en zelftucht, heeft daar – klaarblijkelijk, en desnoods tegen wil en dank – een leven lang profijt van.”

Gereformeerden maakten nooit meer dan een tiende van de bevolking uit, maar ze waren zo succesvol dat ze grote invloed hadden. In eerdere eeuwen bracht dat Nederland welvaart, denk aan het oude spreekwoord: “Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen.” Maar in de vorige eeuw kwam er verandering.

De voorhoede sloeg linksaf

De ondertitel van het boek is: Hoe calvinistisch Nederland steeds dezelfde afslag neemt. Maar eigenlijk was het steeds een voorhoede in de kerk die linksaf sloeg. De commissie Albeda – een groep gereformeerde academici van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) – kwam in 1967 met een visie waarin de gemiddelde gereformeerde kerkganger van die tijd waarschijnlijk weinig herkende.

Deze commissie Albeda schreef in een artikel in AR-Staatkunde dat de koers van de partij radicaal anders moest, “omdat christelijke politiek diende te streven naar ‘een nieuwe aarde waar vrede en gerechtigheid woont.’” Zoals Jan-Jaap van den Berg terecht opmerkt: “De bestaande orde en de instituties stonden ter discussie.”

Het eigen belang opofferen

Dat streven naar een nieuwe aarde had trouwens niet alleen gevolgen voor de instituties, maar ook voor de Nederlandse bevolking. Elders in het artikel staat een passage die echo’s heeft in het heden. Neemt u even de idealen van onze huidige politieke elite in gedachten, en leest u dan wat de commissie Albeda destijds schreef.

“Zo zal in de christelijke politiek eigenbelang, groepsbelang, ja zelfs landsbelang geen doorslaggevend gewicht in de schaal mogen leggen, indien het wordt afgewogen tegen een verwerkelijking van iets wat gezien wordt als passend in de bouw van de vreedzame en rechtvaardige maatschappij.”

Herkenbaar? Al die Nederlandse burgers die protesteren tegen miljoenenbijdragen aan de EU, ontwikkelingslanden, klimaatdoelen, linkse NGO’s, etc. etc. moeten beseffen dat hun belang geen gewicht in de schaal mag leggen. Het gaat tenslotte om de bouw van een ‘betere wereld’. PvdA, D66 en GroenLinks lijken deze doctrine van ‘Nederland, gidsland’ ongewijzigd gekopieerd te hebben.

Communisme

Al ging het nog slechts om een (elitaire) stroming binnen de ARP, toch was dit een duidelijke breuk met het verleden. En deze veranderende zienswijze baande de weg voor activisme dat regelrecht communistische trekjes kreeg. Zo protesteerde het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) wel tegen Amerikaanse kernwapens, maar niet tegen communistische. Dit leidde zelfs tot protesten van dissidenten uit communistische landen, die overigens door de Nederlanders genegeerd werden.

Gereformeerde activisten brachten hun calvinistische levenshouding mee in de Communistische Partij van Nederland (CPN) waar ze zeer gewaardeerd werden om “hun hang naar dogmatiek en traditionele gezagsverhoudingen” (blz. 87). Roelof Bouwman noemt een reeks gereformeerden die hoog opklommen in de CPN. Volgens CPN-Tweede Kamerlid Joop Wolff gingen zij met Marx net zo om als met de Heilige Schrift.

De rode generaal

Het verhaal van Michiel von Meyenfeldt – IKV-voorzitter van 1975-1977 – is een film waard. Deze gereformeerde generaal onderhield in het geheim warme banden met het DDR-regime. De Oost-Duitse communisten waren graag bereid om geld te steken in de beweging Generaals voor de Vrede waar hij lid van was, en ze maakten dankbaar gebruik van de informatie die hij hen leverde. Von Meyenfeldt kreeg in 1986 zelfs een onderscheiding van de DDR.

Zuid-Afrika

Voor wie alleen het gangbare narratief over Zuid-Afrika kent, is het hoofdstuk van Martin Bosma schokkend om te lezen. Inkatha was een christelijke, prowesterse organisatie met veel aanhang onder de zwarte bevolking, die zich geweldloos verzette tegen de Apartheid. Maar de royale steun van Nederlandse gereformeerden ging naar het veel kleinere ANC dat gesteund werd door de Sovjetunie en de DDR. Na massale moordpartijen op (zwarte!) aanhangers van Inkatha, greep het ANC de macht.

Kritiek vanuit eigen gelederen

Later was er kritiek vanuit de eigen zuil op het goedpraten van communistische misdaden. In een hoofdstuk over de vredesbeweging citeert Johann Grünbauer (blz. 77) een kritisch artikel in Trouw (2007) over “christenen in het Oosten die meer steun van de Wereldraad van Kerken hadden gewenst toen zij onder de tirannie zuchtten. In plaats daarvan had de raad gekozen voor ‘dialoog’ met de communistische machthebbers, ook als dat tot wegkijken dwong.”

Israël

Het is natuurlijk mooi dat het besef doordrong dat dissidenten in communistische landen in de steek waren gelaten, maar toch valt op dat bepaalde ‘zonden’ niet tot veel schuldbesef leken te leiden. Ad Prosman doet verslag over de relatie met Israël, en daarin komen de Nederlandse kerken er niet best vanaf.

Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de Wereldraad van Kerken opgericht, waarin Nederlandse kerken een grote rol speelden. Wat hadden deze christenen te zeggen over de pas gestichte staat Israël die zo kort na de Holocaust vocht voor haar overleving? Prosman (blz. 116): “Over de staat Israël (…) wordt alleen gezegd dat de staat Israël het werk van de kerk extra belast met een politieke dimensie van haar werk.” Wat waren die Joden toch weer lastig voor de kerk…

Vervangingstheologie

De stichting van de staat Israël paste slecht bij de vervangingstheologie die werd aangehangen in de gereformeerde kerken (blz. 117): “Het volk Israël bestond niet meer, haar plaats was ingenomen door de kerk. ‘Men mocht de in 1948 gestichte staat Israël niet als vervulling van de Bijbelse profetie zien.’” 

Pas in 2004 kwam de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) met een verklaring over de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’. Maar het is veelzeggend dat die vooral spreekt over het Joodse volk, de staat wordt nauwelijks genoemd. En erg diep gaat de verbondenheid blijkbaar niet: nog steeds wordt het bekende domineesvingertje geheven tegen de Joodse staat.

Klein christelijk rechts

Echte verbondenheid met Israël vinden we vooral bij de kleine christelijke partijen, waarvan alleen de SGP nog zelfstandig in het parlement aanwezig is. Andere christelijke splinterpartijen gingen op in GroenLinks(!) en de ChristenUnie.

Over de ChristenUnie schreef Bas Hengstmengel een hoofdstuk, en het is tragisch en intrigerend om te lezen hoe deze partij in wezen dezelfde ontwikkeling doormaakt als de voorlopers van het CDA vijftig jaar geleden. Tragisch omdat GPV en RPF – die samen de ChristenUnie vormden – zichzelf ooit afgescheiden hadden van de ARP. Hengstmengel citeert historicus George Harinck (2010):

“Het GPV heeft van oorsprong een rechtse achterban. Dat geldt ook voor de RPF, die zichzelf zag als een voortzetting van de ARP. (…) Nu richt ook de ChristenUnie zich helemaal op die (linkse, MvC) koers. Het is veelzeggend dat de linkse AR-mensen uit de jaren zeventig die nu nog leven, zoals Goudzwaard en Aantjes, zo veel op hebben met de ChristenUnie.”

Wisselwerking met de maatschappij

De politieke verschuiving van de ChristenUnie voltrekt zich natuurlijk niet in een vacuüm. Dit boek gaat over de invloed van gereformeerden op de maatschappij, maar met name politici en voorgangers werden zelf ook weer beïnvloed door de tijdgeest. Binnen de gereformeerde kerken bestaat angst voor deze ‘verwereldlijking’. Wim Berkelaar (blz. 143):

“Kuyperiaanse christenen zullen niet langer het ‘zoutend zout’ van Nederland zijn, maar veeleer opgaan in de eens verafschuwde wereld, om ten slotte vrijwel onzichtbaar en onherkenbaar te worden.” Het ‘zoutend zout’ is hier een bederfwerend middel, de term ‘Kuyperiaans’ is afgeleid van Abraham Kuyper, de grote leidsman van gereformeerd Nederland rond de vorige eeuwwisseling.

Voorgangers

Ondanks deze bezorgdheid bij sommige kerkgangers, lopen de dominees nog verder voor de troepen uit dan de politici. Velen van hen zijn links en vaak activistisch. Bouwman (blz. 214): “De groeiende onzekerheid over geloofszaken, zo is al vaak geconstateerd, lijkt te worden gecompenseerd door een groeiende zekerheid over niet-theologische kwesties.”

In 2006 hield HP/de Tijd een enquête onder predikanten van de PKN en ruim de helft bleek GroenLinks, PvdA, SP en D66 te stemmen.

Net als in de rest van de maatschappij lopen de leiders bij het volk weg (blz. 217): “Vergeleken met het totale electoraat is het kerkvolk veel minder links en zijn predikanten heel veel minder rechts. Het is om die reden een illusie te denken dat (PKN)-predikanten die in de media verschenen met linkse politieke opinies per definitie spreken namens alle of zelfs maar een meerderheid van de Nederlandse protestanten.”

De verweesde samenleving

Pim Fortuyn schreef over de verweesde samenleving en het lijkt alsof het gewone kerkvolk ook verweesd is achtergelaten. Het eigenbelang, zelfs het landsbelang, mag geen doorslaggevend gewicht in de schaal leggen,” om met de commissie Albeda te spreken. Links Nederland heeft die les goed geleerd.

De verkiezingsprogramma’s van PvdA, GroenLinks, D66 en PvdD staan bol van idealen waar Nederland inmiddels onder bezwijkt. Het peperdure klimaatbeleid, de (letterlijk!) grenzeloze gastvrijheid voor immigranten, de gulle afdrachten aan de EU, ontwikkelingssamenwerking en goede doelen: ze zouden in een zondagse preek niet misstaan.

Waar we vroeger spraken over koopman en dominee, lijkt die laatste steeds meer de overhand te krijgen. Als wij nog rijkdommen vergaren, is dat vooral om ze gul uit te delen voor een betere wereld. De dominee preekt, de koopman doet Nederland in de uitverkoop.

En de gewone Nederlander blijft verweesd achter.

Vond je dit artikel goed? Steun Maaike van Charante via repelsteeltje.backme.org

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Volg Maaike op Twitter.

.Vond je dit artikel goed? Steun de auteur via Backme

Repel .

Written by Repel .

Je kunt Maaike van Charante steunen op BackMe repelsteeltje.backme.org en/of volgen op Twitter @Repelsteeltje21