0 0
Read Time8 Minute, 44 Second

Deze week is het twintig jaar geleden dat Pim Fortuyn werd vermoord. Moordenaar Volkert wordt soms neergezet als een eenling, maar hij vertegenwoordigde een stroming die Fortuyn – en alles waar hij voor stond – haatte tot op het bot. Fortuyn versplinterde hun eigendunkelijke bubbel, en dat hebben ze hem nooit vergeven. Nu willen ze het liefst hun dierbare bubbel weer herstellen.

Hij was zo vol leven…

Zoals zoveel mensen herinner ik me nog goed waar ik was toen ik hoorde dat Pim Fortuyn vermoord was. Daarnaast herinner ik me vooral ongeloof, en de absurde gedachte dat Pim veel te levend was om vermoord te kunnen worden. Alsof iemand die zo sprankelend was, zo bruisend, zo levend, niet gedood kon worden. Maar de starre, geobsedeerde, dode Volkert kon al dat leven niet verdragen en vermoordde de man, de hoop en de democratie.

Want laten we daar helder over zijn: dit was een moord op de democratie.

Fortuyn gaf mensen een stem

Ik herinner me een straatinterview tijdens de verkiezingscampagne van Fortuyn. Een verslaggever vroeg een vrouwelijke supporter wat ze nu toch zo goed aan Pim Fortuyn vond. “Hij zegt wat wij denken!” zei ze blij. “Maar wat denkt u dan?” vroeg de verslaggever. Ze aarzelde, zocht even naar woorden en zei toen: “Nou, wat hij zegt!” In het daaropvolgende gesprekje tussen verslaggever en nieuwslezer sprak hun besmuikte lachje boekdelen.

Dit dedain voor minder welbespraakte burgers zien we nog vaak. Sommige politici, wetenschappers en journalisten meten de waarde van een mens af aan de mate waarin die zijn gedachten kan verwoorden. Ze vinden zichzelf fijnbesnaard omdat zij het allemaal zo goed kunnen vertellen. Maar ze beseffen blijkbaar niet dat minder begenadigde sprekers ook denkende mensen zijn, die intuïtief dingen aan kunnen voelen en dat soms met blijdschap herkennen in wat een ander zegt.

Luisteren naar de burger

Na de moord op Fortuyn gingen geschrokken media de straat op om te luisteren naar de burger. Niet alle journalisten waren daar even blij mee. Zoals Wouke van Scherrenburg het vorig jaar bij Medialogica verwoordde: “Ook wij moesten dat ineens, voor Den Haag Vandaag: met voxpop de straat op en mensen naar hun mening gaan vragen. Ah, op een gegeven moment ook, ik zei, ik ga dat niet meer doen. Ik vind het echt zo verschrikkelijk. Dan maar elitair, maar ik ga dat echt niet meer doen.”

Boze burgers

Van Scherrenburg moest ineens praten met mensen die haar vreemd waren, die haar niet interesseerden en waar ze vermoedelijk op neerkeek. Dat wilde ze niet, en dat was inderdaad elitair, al storen sommigen zich aan die term. In diezelfde uitzending werd duidelijk dat Wouke niet de enige was die vond dat de veranderingen van na de Fortuynrevolte moesten worden teruggedraaid.
Het geduld van deze elites is op. Ze hebben nu wel genoeg geluisterd, ze hebben genoeg boete gedaan voor de moord op Fortuyn. Bovendien zijn die ‘boze burgers’ in hun ogen gewoon lompe islamhaters die je helemaal niet aan het woord moet laten.

Wie zijn die mensen…?

Maar bubbels isoleren mensen van elkaar, en onbekend maakt onbemind. Vandaar de veelzeggende uitspraak van Sigrid Kaag in de aan haar gewijde documentaire: “Wie zijn die mensen?”
Pim Fortuyn was geen heilige, maar hij had iets wat deze hautaine bubbelbewoners niet hebben. Hij voelde oprechte betrokkenheid bij het lot van gewone Nederlanders, en hij had een open oog voor hun zorgen. Daarom was hij zo’n verademing voor veel kiezers.

Antidemocraten

Kijken we naar de huidige bevoorrechte klasse van Nederland – bij uitstek vertegenwoordigd door een partij als D66 – dan valt op dat daar de empathie vaak ver te zoeken is. Deze mensen noemen zich democraat, liberaal en progressief, maar in feite zijn velen van hen demofoob, bekrompen en elitair. Ze blijven veilig in hun ‘beschaafde’ bubbel en horen liever geen andere geluiden.

Uit deze hoek komen oproepen tot censuur, zie ook die uitzending van Medialogica. Deze mensen willen geen debat, maar gehoorzaamheid. We hebben politici gekozen om voor ons te denken, daar moeten we naar luisteren! Zij willen meer macht voor de machthebbers en minder voor het volk. Ze zijn eerder voorstander van een stemdiploma dan van referenda. Het zijn antidemocraten.

Het volk stemt verkeerd

Omdat ze zich afsluiten voor andere meningen, zijn ze elke keer weer geschokt als verkiezingen niet naar wens gaan. Dat was zo toen Pim Fortuyn premier van Nederland ‘dreigde’ te worden, en dat is nog steeds zo. Hoe konden mensen voor Trump stemmen? Voor Brexit? Of – zoals laatst – voor de Hongaarse leider Viktor Orbán? Zoals politicoloog Matthijs Rooduijn het verwoordde:

“Het gevaar dat uitgaat van het mainstream worden van radicaal-rechtse ideeën – nationalisme, xenofobie en autoritarisme – kan moeilijk worden overschat. Kijk naar Hongarije, waar de radicaal-rechtse premier Viktor Orbán vakkundig de liberale democratie om zeep heeft geholpen, en mede daardoor de recente verkiezingen heeft gewonnen.”

Het is allemaal zo voorspelbaar. Als de populisten winnen, is er iets fout gegaan. Dan ligt het aan Russische desinformatie of aan gemanipuleerde onderbuikgevoelens bij de kiezers. Als Sigrid Kaag op tafel staat te dansen na een verkiezingsoverwinning, zegeviert de democratie. Dan ligt het helemaal niet aan maandenlange schaamteloze promotie in alle mogelijke media.

“Media in de wurggreep van extreemrechts”

Deze mensen beschouwen de media als hun platform. En daarmee bedoel ik dat zij de media als hun eigendom beschouwen, hun territorium waar die nare populisten sinds Fortuyn onwelkome gasten zijn. Zodra ‘foute’ partijen een stem krijgen, is dat in hun ogen per definitie een gevaar voor de democratie. Denk niet dat alleen Emine Uğur hier zo over denkt: na de kritiek op haar column van vorige week sprongen al snel wetenschappers voor haar in de bres.

Luister naar de wetenschap!

Helaas zit het ontzag voor ‘de wetenschap’ er bij veel mensen zo diep in, dat dan meteen een eerbiedig zwijgen volgt. Maar wat houdt dat onderzoek eigenlijk in? Het onderzoek van Spierings gaat over politici die zich op Twitter of Facebook negatief uiten over de mainstream media. Of de media zich daardoor laten beïnvloeden? Dat vermeldt het onderzoek niet. Deze tweet van hem suggereert dus meer dan Spierings kan waarmaken.

Dan is er onderzoek van Léonie de Jonge, maar gaat dit over “de wurggreep van extreem rechts op de media”? Nee, het gaat over de censuur van ‘foute’ politici in Wallonië en dat dit vermoedelijk de opkomst van rechtsere partijen verhindert.

Soms lijken wetenschappers onderzoek gedaan te hebben naar extreemrechts in de media – zoals hier Richard Rogers van de UvA – maar dan blijkt toch weer dat het anders ligt. Rogers was een van de wetenschappers die in opdracht van Ollongren in 2019 onderzoek deden naar buitenlandse desinformatiecampagnes – het beruchte ‘junknieuwsrapport’ – waarbij dergelijke invloeden overigens niet gevonden werden.

Wetenschappers hebben ook politieke voorkeuren

Wat al deze wetenschappers gemeen hebben, is dat ze het liefste zouden zien dat iedereen zich braaf bij bronnen als NRC en Volkskrant houdt. Maar is dat wetenschappelijk? De voorkeur van deze wetenschappers is simpelweg een politieke voorkeur. Deze kranten schrijven voor hun bubbel. Dat mag, maar laten we even scheiden wat wetenschappelijk onderzocht is, en wat een persoonlijke voorkeur is.

Verder kan je vraagtekens zetten bij de politieke overtuigingen van veel van deze onderzoekers. Zo bleek extreemrechtsonderzoekster Nikki Sterkenburg in haar definitie van rechtsextremisme (blz. 35) als kenmerk “een antidemocratische houding” te vermelden, maar daar stond als uitleg bij (blz. 29): “ook wel: anti-establishment”. Ben je antidemocratisch als je kritiek hebt op het establishment? Vreemde uitleg. Hiermee citeerde zij overigens Cas Mudde, een andere weinig neutrale wetenschapper.

Nog zo’n politicologe is Sarah de Lange die zo verblind was door haar PVV-haat dat ze alle kanten op blunderde in een lezing over “de terugkeer van rechtsextremisme”. En dit soort wetenschappers vertelt ons dus dat sinds de moord op Fortuyn ‘de populisten’ te veel invloed op onze media hebben gekregen. Persoonlijk had ik Pim Fortuyn graag in debat willen zien gaan met deze wetenschappers…

Definities

Wat mij persoonlijk behoorlijk stoort is dat deze onderzoekers vaak slordige definities geven van wat volgens hen populistisch rechts, radicaal rechts of extreemrechts is, en dat zij vervolgens ook nog eens deze termen door elkaar heen gebruiken. Alsof het niet uitmaakt waar een politieke stroming voor staat, zolang die maar een (negatief) etiket heeft.

Ook valt op dat ze hun definities naadloos aanpassen wanneer een partij als de PVV niet in het extreemrechtse plaatje past – niet antisemitisch, niet antidemocratisch – en toch een negatief etiket moet hebben. Ze werken naar zo’n definitie toe. Niet erg wetenschappelijk, lijkt mij.

Terug naar de oude toestand

Pim Fortuyn heeft niet kunnen bereiken wat hij voor ogen had, maar zijn dood had wel degelijk effect. De bubbel van bevoorrecht Nederland scheurde, en onwennig keken de bubbelbewoners naar buiten. Maar andere meningen zijn altijd ongemakkelijk. En het is lastig om je in te leven in mensen die echt anders zijn. Bovendien ging men zich steeds meer afvragen of dit allemaal wel nodig was.

Het is veel gerieflijker om jezelf wijs te maken dat alles in orde is, dan om je zorgen te maken over mensen waar je eigenlijk niet zoveel verwantschap mee voelt. Is het een wonder dat de woorden van bovengenoemde wetenschappers welkom waren? Doe dicht die luiken, want je wilt toch niet extreemrechts een podium geven! Dan kan je die andere groepen – waar je eigenlijk toch al op neerkeek – uitsluiten, en je er nog nobel bij voelen ook. Win-win.

Vrijheid van meningsuiting

Pim Fortuyn stond voor de vrijheid van meningsuiting, ook voor tegenstanders. “Imam El Moumni mag mij als homo “lager dan een varken” noemen. Maar neemt u mij dan niet kwalijk dat ik de islam beschouw als achterlijke cultuur.”
Hij ging graag in debat, maar zijn haters haten zowel het debat als de vrijheid van meningsuiting. Zij willen geen afwijkende meningen in hun bubbel, zij willen af van de erfenis van Fortuyn.

Laten we zuinig zijn op deze kostbare erfenis. Laten we niemand het zwijgen opleggen, en met hartstocht het vrije debat voeren. En wat mij betreft had 6 mei een nationale feestdag moeten worden. Die zou mooi passen in het rijtje: 4 mei Dodenherdenking, 5 mei Bevrijdingsdag, en 6 mei Dag van de Vrijheid van Meningsuiting.

En Volkert had levenslang moeten krijgen.

Vond je dit artikel goed? Steun Maaike van Charante via repelsteeltje.backme.org

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Volg Maaike op Twitter.

.Vond je dit artikel goed? Steun de auteur via Backme

Repel .

Written by Repel .

Je kunt Maaike van Charante steunen op BackMe repelsteeltje.backme.org en/of volgen op Twitter @Repelsteeltje21