18 0
Read Time6 Minute, 56 Second

Kunnen wij nog in discussie gaan met andersdenkenden? Is het in Nederland nog mogelijk om een gesprek te hebben over de bubbelgrenzen heen? Op kleine schaal lukt het, maar in het openbare domein lijken inmiddels zoveel hindernissen te bestaan dat een inhoudelijk debat vrijwel onmogelijk is.

Er zijn in onze maatschappij mensen die boven anderen verheven zijn; hen mag je niet tegenspreken. Ook zijn er ideeën die onaantastbaar zijn; die mag je niet betwijfelen. Dan zijn er woorden die verfoeilijk zijn of juist verplicht; wie de verkeerde woorden gebruikt, mag niet meer meedoen.
De nieuwe religie van wokeness heeft al veel terrein gewonnen in Nederland, want hij komt zo goed van pas om dogma’s en taboes te cultiveren. Onder de dekmantel van idealisme kunnen mensen zich voordoen als weldoeners terwijl ze zich in wezen dictatoriaal gedragen.

Het lijkt alsof de dominante groep in onze samenleving niet ziet dat velen het zwijgen wordt opgelegd. Men blijft in de eigen bubbel en denkt dat alles goed gaat, maar het gaat niet goed. Het is kortetermijndenken en groepsdenken. Deze mensen denken niet na over de uiteindelijke gevolgen van hun handelen, en ze gaan er ook niet over nadenken omdat ze niet worden tegengesproken. Ze bevestigen elkaar voortdurend en gaan niet in gesprek met andersdenkenden.

Natuurlijk is deze waarneming van mij generaliserend, maar ik zie een ontwikkeling. En die is zorgwekkend.

De boven ons gestelden

Deze mensen bepalen het narratief. Ze nemen sleutelposities in bij de media, zowel bij de NPO als bij tijdschriften en kranten. Ze houden ons idealen voor waar we aan moeten voldoen en beweren dat we dan ‘progressief’ zijn.

Zo kunnen we bij de NOS de verblijdende tijding lezen dat ‘het draagvlak voor Zwarte Piet verder afneemt’. Na jarenlange intimidatie beginnen Nederlanders het op te geven. Ze zijn de eeuwige beschuldigingen moe. Laat dan maar… En dat noemen we dan ‘draagvlakvermindering’.
In het hele artikel natuurlijk geen woord over alle dwang die hiervoor nodig was; geen woord over de eenzijdige berichtgeving en de vele preken die in de media zijn afgestoken om het plebs tot ‘inzicht’ te brengen. Wie alleen op dit artikel afgaat, zou kunnen denken dat hier sprake is van een natuurlijke ontwikkeling.

En zo horen we dagelijks welke idealen we moeten hebben en wie onze rolmodellen moeten zijn. We moeten ons druk maken om het klimaat, we moeten strijden tegen racisme, we moeten vluchtelingen verwelkomen. Kritiek op het broddelwerk van het klimaatakkoord, op doorgeslagen antiracisme of op misbruik van asielrecht is bij voorbaat al verdacht.
Mensen met een kleurtje of een buitenlandse achternaam staan een treetje hoger – zeker als ze een hoofddoek dragen – en degenen die met hen in discussie gaan kunnen maar beter niet blank zijn – en al helemaal niet mannelijk – want dan ligt het verwijt van privilege al op de loer. Wie hier werkelijk geprivilegieerd zijn mag niet benoemd worden.

Maar het allerergste is de manipulatie van onze taal. We hadden van Orwell kunnen leren hoe gevaarlijk het is om taal als wapen in te zetten, en toch gebeurt het. Of misschien heeft onze bevoorrechte klasse juist van Orwell geleerd hoe nuttig dit wapen kan zijn, wie zal het zeggen? Het Nederlandse establishment is in elk geval heel druk met het manipuleren van taal.

Taalpolitie

Onze elite schrijft voor wat woorden moeten betekenen en welke woorden gebruikt mogen worden. Het liefst zouden ze het woord ‘elite’ verbieden. Noem hen ‘elite’ en ze worden boos. Net als bij de woorden ‘partijkartel’ en ‘baantjescarrousel’. Ze zijn opgelucht dat FvD onderuit gaat; deels vast vanwege oprechte zorgen over fascisme, maar vermoedelijk ook omdat ze hopen nu verlost te zijn van deze woorden. Zullen de termen ‘partijkartel’ en ‘baantjescarrousel’ binnenkort gebrandmerkt worden als een kenmerk van fascisme?

De taalpolitie wint langzaam terrein. We mogen geen ‘blank’ zeggen, het moet ‘wit’ zijn. We mogen geen ‘neger’ zeggen – wat nooit een scheldwoord was, zoals nikker dat wel was – maar wat we dan wel mogen zeggen, weten we niet. Dus draaien we er maar omheen, want als we het per ongeluk fout zeggen, zijn we racisten.
Het woord ‘allochtoon’ werd afgeschaft en vervangen door ‘Nederlander met migratieachtergrond’, alsof dat iets oplost. ‘Slaaf’ moet vervangen worden door ‘tot slaaf gemaakte’, want iemand heeft bedacht dat dit minder kwetsend zou zijn. Onze taal wordt er hopeloos ingewikkeld van, en vooral ook minder helder.

Recht daartegenover zijn er kwetsende woorden die juist wel gebruikt mogen worden, zelfs gebruikt moeten worden. Denk dan aan zwaar beladen termen als ‘fascist’, ‘racist’ of ‘nazi’. Hebt u een hekel aan moderne architectuur? Dan bent u verdacht. Weet u dat Hitler ook…?
De betekenis van deze woorden is inmiddels zover opgerekt dat ze bijna verdwenen is. Wie zal het nog opmerken als er echte nazi’s voor de deur staan? Als iedereen een nazi is, is niemand meer een nazi.

Bij andere woorden wordt de betekenis niet opgerekt, maar juist ingekrompen, zoals bij ‘omvolking’. Al een paar jaar wordt ons ingepeperd dat dit woord staat voor fascisme, racisme, antisemitisme en noem de hele rij doodzonden maar op. Wie dit woord gebruikt om bestaande processen te omschrijven wordt onmiddellijk gebrandmerkt als fascist.
Dit is niet een conclusie die we als samenleving getrokken hebben, dit is een dictaat dat wordt opgelegd vanuit de elite. En het is niet bespreekbaar.

Poging tot gesprek

Gisteren stuurde ik via twitter een oproep aan drie mensen die in de media hadden gesproken over omvolking. Ik hoopte met hen in gesprek te komen.
Misschien zien deze mensen zichzelf wel als ‘gewone’ Nederlanders. Misschien voelen ze zich helemaal niet zo bevoorrecht. Misschien denken ze wel dat iedereen zou denken zoals zij, als ze het nog maar een keertje uitleggen. En nog een keer. En nog een keer. Ze zenden voortdurend, maar horen ze nog kritiek?

Mijn uitnodiging was oprecht, maar ik betwijfel of iemand van hen erop in zal gaan.
Best kans dat ze mijn oproep niet eens zien omdat ze andersdenkenden muten. Het zou ook kunnen dat ze hem wel zien, maar bang zijn voor een gesprek; bang voor twittertrollen of voor kritiek uit hun eigen achterban. Of misschien geloven ze wel zo in hun eigen narratief dat ze denken dat ik wel een fascist moet zijn. Ik pleit immers voor het gebruik van het woord ‘omvolking’?

Is er nog iemand die hen tegenspreekt? En dan niet machteloos tegenspreken zonder dat de tegenspraak in hun bubbel doordringt, maar echt tegenspreken. Worden de leden van onze elite nog wel eens aan het denken gezet, of kunnen ze veilig alles naast zich neerleggen?
Een elite die niet meer tegengesproken wordt, is een gevaarlijke elite. En als we zien hoeveel dictaten er al van ons establishment uitgaan, is dat gevaar niet meer te ontkennen. Dan is de stap van taalpolitie naar gedachtenpolitie zo gezet.

Wat is de toekomst?

Hoe noem je een maatschappij waarin een kleine groep alles mag bepalen?
Volgens mij kan je het geen democratie noemen. Oligarchie dan maar? Een maatschappij waarin een bevoorrechte groep de macht in handen heeft en de eigen belangen voorop stelt. En waarin die groep dus ook bepaalt waarover wel of niet gesproken mag worden en op welke manier.

In wat voor samenleving gaan we terecht komen als deze dominante groep nog meer macht naar zich toe kan trekken? Keer op keer worden we gesust met de bewering dat deze mensen helemaal niet zoveel macht zouden hebben.
Maar weet u nog, die paar mensen van KOZP? Dat was maar zo’n klein clubje, het was onzinnig om hen een bedreiging te noemen. Nu is het 2020 en het meest populaire feest van Nederland is zo omstreden geworden dat velen er maar vanaf zien om het te vieren.

Degenen die er zo van overtuigd zijn dat de ondergang van het Sinterklaasfeest een goede zaak is, zouden zich misschien eens af kunnen vragen welke prijs ze betalen voor deze ‘overwinning’. Wat zal het volgende project zijn? Beginnen is makkelijk, maar waar houdt het op?

Als we als samenleving niet langer in gesprek zijn, als de elite dictaten uitvaardigt waar de rest maar aan heeft te gehoorzamen, dan zijn we geen democratie meer. Dan is oligarchie waarschijnlijk nog een te vriendelijke term.

Vond je dit artikel goed? Steun Maaike van Charante via repelsteeltje.backme.org

Voor meer artikelen, zie deze link.

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Volg Maaike (Repel) op Twitter.

.Vond je dit artikel goed? Steun de auteur via Backme

Repel .

Written by Repel .

Je kunt Maaike van Charante steunen op BackMe repelsteeltje.backme.org en/of volgen op Twitter @Repelsteeltje21

Average Rating

5 Star
0%
4 Star
0%
3 Star
0%
2 Star
0%
1 Star
0%

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.